Technisch Installatiebedrijf Tibo-Veen B.V., Veen

Nog altijd gevestigd in het hartje van Veen (Noord-Brabant), maar nu in een pas uitgebreid kantoor aan de Grotestraat, vierde Tibo-Veen, Installatietechniek, zijn honderdjarig bestaan. Ter gelegenheid van dit jubileum ontving directeur Robert-Jan Loeff op 30 oktober 2019 het predicaat ‘Bij Koninklijke beschikking Hofleverancier’ uit handen van waarnemend burgemeester Marcel Fränzel van de nieuwe fusiegemeente Altena (Aalburg, Werkendam en Woudrichem). Loeff vormt samen met zijn vrouw Tanja Loeff-Hageman en Jan Bleijenberg de driekoppige directie.

Tibo-Veen noemt zich een echt familiebedrijf: de kracht zit in de mensen. Met passie en betrokkenheid zoeken zij voor de klant de beste oplossing voor het bouwproces, van ontwerptafel tot en met het technische beheer. 

Direct na de Eerste Wereldoorlog vestigde Teunis van Tilborg sr. zich in Veen, een plaatsje in het Land van Heusden en Altena (de regio tussen grote rivieren aan de noordgrens van Noord-Brabant). Hij was kapper, maar repareerde ook rijwielen.

Toen overal in de streek elektriciteit werd aangelegd, kreeg Van Tilborg de baan aangeboden om de elektriciteitsbijdragen te innen. De kabels lagen destijds nog boven de grond, en gingen daarmee ook vaak stuk. Er was dus iemand nodig die niet alleen bij de mensen het geld incasseerde, maar onderweg ook het elektriciteitsnet onderhield. Van Tilborg repareerde waar nodig en begon in woningen en fabrieken de installaties aan te leggen.

Met de elektriciteit kwam de vraag naar apparaten en lampen op – logisch dat er winkels nodig waren om die te verkopen. Zo kreeg Van Tilburg het beroep van installateur en leverancier.

In de Tweede Wereldoorlog was het gebied zwaar getroffen; alles moest weer van de grond af worden opgebouwd. Er werd meer ruimte gemaakt voor de industrie, die zich ontwikkelde in de van oudsher agrarische streek. De wederopbouw vroeg om nieuwe woningen, fabrieken hadden  de nieuwste machinerie nodig. Zo ging Van Tilborg eind jaren vijftig een bedrijf leiden met twintig man personeel, dat dankzij nieuwe bruggen en provinciale wegen, vaak nog op de fiets, zijn actieradius uitbreidde tot Gorinchem, Waalwijk, Den Bosch en Zaltbommel.

Tien jaar later was het bedrijf gegroeid tot voorbij de winkel en huis-aan-huisservice. Met vijftig man in dienst ging de zaak uitsluitend als installatiebedrijf verder. Er kwam loodgieterswerk bij, en (met de komst van het aardgas) cv-installatietechniek. Na de aanleg van de elektriciteit nu de inrichting op de gasvoorziening: het bedrijf groeide uit tot 125 werknemers. Dit ging zich ‘tibo-veen b.v.’ noemen, als afkorting van ‘Tilborg’, ontstaan in Veen, naast het reeds bestaande Van Tilborg Elektrotechniek.

Om te blijven voortbestaan in de jaren zeventig was groei op grote schaal onontkomelijk. Beide Van Tilborg-ondernemingen gingen op in het Nagron Concern in Den Haag. De naam Van Tilborg was echter dusdanig bekend, dat er één nieuwe naam kwam: Technisch Installatiebedrijf Tibo-Veen. In 1987 werden de aandelen hiervan overgenomen door Joop Loeff. Loeff werd zo eigenaar en directeur van Tibo-Veen. In 2003 nam zijn zoon Robert-Jan de leiding van zijn vader over.

Tibo-Veen noemt zich een “totaalinstallateur”. Ze stellen zich op als innovatieve en oplossingsgerichte partner om samen met de klant elektrotechnische en werktuigkundige installaties te ontwerpen, monteren en onderhouden. Voor een stroomlijning van de communicatie nemen de installateurs in het voortraject de wensen en plannen van de opdrachtgever door en zorgen ze tijdens de uitvoering voor één aanspreekpunt. De vaste procedures en instructies die worden gevolgd zijn gebaseerd op jarenlange ervaring: “voorzorg voorkomt nazorg”, wordt dat op de website genoemd. Zo is Tibo-Veen gekomen tot een persoonlijke en betrouwbare aandacht op maat.

Het gaat nog steeds om alle installaties die te maken hebben met elektrotechniek, gas, water, sanitair, ventilatie en verwarming. De focus is echter verschoven naar duurzaamheid en moderne toepassingen. Er staat een nieuwe bedrijfshal aan de Peel, waar prefabricage gemakkelijker is. De vernieuwde bedrijfsschool leidt de eigen leerlingen en monteurs op, maar maakt ter plekke ook technieklessen van Het Willen van Oranje College en het Da Vinci College mogelijk. Hier werken bedrijfsleven en onderwijs nauw samen in de regio.

De totaalinstallateur werkt aan Campus De Herdgang, het trainingscomplex van PSV. De voetbalclub heeft als felicitatie een voetbalshirt gestuurd met op de rug nummer 100, Tibo-Veen. Alle spelers van het eerste hebben er hun handtekening op gezet. De maatschappelijke betrokkenheid van Tibo-Veen komt tot uiting in de sponsoring van bijvoorbeeld Cycle4Children, de koers die vorig jaar werd afgesloten door een ontvangst van Eddy Merckx in hoogsteigen persoon.

www.tibo-veen.nl

Veerman Juweliers en Diamantairs BV, Huizen

In de Lindenlaan zetelt al lang Veerman Juweliers en Diamantairs, op nummer 28. Hier reikte waarnemend burgemeester Sicko Heldoorn van Huizen (Noord-Holland) op 1 november 2019 het certificaat uit dat recht geeft tot het voeren van het wapenschild bij de toekenning ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. Het werd met zichtbaar genoegen in ontvangst genomen door Maarten en Alex Veerman, de derde generatie. Maartens zoon en dochter, Floris en Iris Veerman staan als vierde generatie te glunderen met het schild.

In 1919 begon grondlegger Aart Veerman, in zijn eigen huiskamer, een kleinhandel in luxe artikelen. Hij verkocht toen al sieraden die bij de Huizer klederdracht behoren, bijbeltjes met sloten van edelmetaal en allerlei pillen- en reukdoosjes van zilver. Huizen was een vrij besloten, reformatorische vissersgemeenschap, dus werd er niet zoveel geld uitgegeven.

Al snel werd duidelijk dat het te lastig werd om de zaak vanuit huis te voeren. Aart verplaatste de handel naar het centrum van Huizen om een eigen pand (winkel én woning) te laten bouwen. Dat was in 1927, aan de Lindenlaan, waar eerst een boerderij stond. Om een gezin met zes kinderen te kunnen onderhouden, opende Aart er twee winkels: een kapperszaak en een juwelierswinkel. Hij kon ook oogmetingen verrichten en brillen aanmeten.

Het voordeel van een vissersbevolking was dat bij de binnenkomst van de vloot iedereen op de kapperszaak afstormde om er netjes uit te zien voor het weekend. Zoon Hendrik hielp al op jonge leeftijd mee.

Toen vader Aart in 1957 plotseling overleed, nam Hendrik Veerman de winkel over. Hij was toen 27 jaar. Met zijn vrouw Marrie concentreerde hij zich op de juwelierskant. Ze gingen vooral sieraden, horloges en klokken verkopen. Dit werd de befaamde zaak Veerman Juweliers Diamantairs.

Twee van Hendriks zoons hadden beide interesse in het vak. Maarten schoolde zich in Schoonhoven, na het werk in de winkel, bij tot juwelier en taxateur. Alex specialiseerde zich tot horlogemaker. In 1985 namen zij gezamenlijk de onderneming van hun vader over.

Het familiebedrijf bleef groeien, net als het aanbod. In 2003 werd het eigen atelier vernieuwd, kwam er een uitbouw aan de winkel en werden de modernste beveiligingstechnieken geïnstalleerd. Er kwam een webshop via de internetsite.

Met de kinderen van Maarten, Iris en Floris, doet de digitale bijoux-wereld zijn intrede. Het blijkt mogelijk de klandizie ook online van persoonlijk advies te voorzien. In 2013 onderging de zaak een make-over die nog meer cachet biedt. Veerman Juweliers is lid van Gold Design, een samenwerkingsverband van toonaangevende juweliers.

De juweliers bezoeken veel beurzen in binnen- en buitenland om zelf de nieuwste sieraden- en horlogecollectie samen te stellen. Sieraden staan symbool voor een bijzondere gebeurtenis of een mijlpaal in iemands leven, en moeten daarnaast een afspiegeling zijn van iemands stijl of karakter. Daarom is een zo groot mogelijke collectie belangrijk, om een ruime keuze te bieden uit vorm en symboliek: luxueus, tijdloos, modieus of eenvoudig. En natuurlijk ligt hoogstaande kwaliteit aan de basis van de selectie. Veerman presenteert de nieuwe modellen in een eigen magazine: Veerman Juwelen. De editie jaargang 2020 kondigt in gouden typografie de ‘2020 Nouveautés’ aan. Bedoeld “om een glimlach op uw gezicht te toveren”.

www.veermanjuwelen.nl

Schildersbedrijf Boerstoel BV, Vorden

Op zaterdag 2 november 2019 vierde Schildersbedrijf Boerstoel het honderdjarig bestaan in restaurant De Herberg in Vorden (Gelderland). Burgemeester Marianne Besselink van de overkoepelende gemeente Bronckhorst kwam hier speciaal het predicaat ‘Bij Koninklijke beschikking Hofleverancier’ uitreiken. Een door trots overmande Johan Boerstoel nam de oorkonde samen met zijn zoon Dick, die het bedrijf nu met zijn vrouw Marlies runt, in ontvangst. De burgemeester was namelijk onaangekondigd, bij verrassing maar niet met lege handen,  opgedoken.

Burgermoeder Besselink beschreef in haar lofrede hoe het vóór 1919 in Brummen, Gelderland, slechte tijdens waren. Gerrit Boerstoel moest met zijn gezin en andere families naar Duitsland omdat daar meer kans op arbeid was. Dat was echter alleen toegestaan wanneer zij de Duitse nationaliteit zouden aannemen. Als ’t zó moet – dan trok Boerstoel met zijn kroost maar weer terug naar Nederland. Ze kwamen terecht in Vorden, waar er werk was bij een schildersbedrijf. Toen dat enige tijd later te koop kwam te staan, sloeg Gerrit Boerstoel toe: op 24 oktober 1919 doopte hij het om tot Schildersbedrijf fa. G. Boerstoel & Zoon.

De zoon was Johan, die de onderneming een aantal malen (binnen de Vordense grenzen) hielp verhuizen. Hij noemde zijn zoon ook Johan; de derde generatie werd eveneens schilder. Johan junior trouwde met Ali en kreeg twee zoons. Zoon Dick is nu de directeur.

Het schildersbedrijf streek tenslotte in 2004 neer op het bedrijventerrein met de toepasselijke naam Werkveld. Dick heeft drie dochters, in de leeftijd van 8 tot 15 jaar, maar de vijfde generatie hoeft nu nog niet te kiezen.

De edelachtbare mevrouw Besselink hield haar gehoor voor waaraan een hofleverancier tegenwoordig dient te voldoen: hij speelt een rol in de regio – het bedrijf staat er als “degelijk” bekend – en voert veen milieuverantwoorde onderneming volgens Arbo-richtlijnen. Hij is van maatschappelijke waarde – Boerstoel sponsort al jaren verenigingen en activiteiten door reclameborden en financiële bijdragen – en is goed voor zijn personeel. En het is een firma, van onbesproken gedrag, die met zijn klanten meedenkt. Dit geldt allemaal voor Schildersbedrijf Boerstoel, die dus het wapenschild mag ophangen. Maar het mooiste is dat niemand van de derde of vierde generatie deze eer had verwacht.

De sponsorcommissie van de Volleybalvereniging DASH is de eerste op de Facebookpagina van Contact Vorden om de familie Boerstoel te feliciteren. Aan de plaatselijke muziekvereniging Harmonie Vorden geeft Boerstoel vaste financiële ondersteuning en van een team van het Vordens Tennispark is het bedrijf shirtsponsor. Van het Zomerorkest Nederland is het hoofdsponsor, om vijftig jonge muzikanten en conservatoriumstudenten de kans te geven aan een tiendaagse tournee door Nederland mee te doen.

Wat ooit een firma met zoon was, is uitgegroeid tot een gerenomeerd schilders-, glaszetters- en afwerkingsbedrijf voor Vorden en omgeving. Ze behandelen onderhoud en nieuwbouw, zowel voor particuliere opdrachtgevers als de (semi-)overheid. Boerstoel wijst er de klant nuchter op dat hij halsbrekende toeren moet uithalen als hij zelf bij de hooggelegen delen van zijn woning wil komen. “Laat het daarom gewoon aan ons over. Wij camoufleren geen slechte plekken, maar voorkomen ze.”  Hiervoor beschikt Boerstoel over rolsteigers, werkbruggen, hoogwerkers en diverse soorten ladders en trappen.

Hun vaklui werken met verfmerken die voldoen aan de milieueisen, en gebruiken de (watergedragen) professionele coatings voor het binnenwerk naast de oplosmiddelarme producten voor het buitenwerk volgens de Arbo-wetgeving. Bij met mengen in de eigen machines worden de dampen meteen afgezogen en gezuiverd. Afval wordt (chemisch gescheiden) afgevoerd, spoelwater gefilterd om te kunnen hergebruiken en lege blikken samengeperst in de blikkenpers, waardoor het afvalvolume beperkt blijft. Aan alles is gedacht.

www.boerstoel.nl

Intercodam BV, Amsterdam

In 1919 begonnen als groothandel in bouwmaterialen, is Intercodam BV in honderd jaar tijd uitgegroeid tot trendsetter op het gebied van tegels, sanitair en keukens, zo mag het Amsterdams bedrijf zich afficheren. In een toonzaal van drie verdiepingen, in totaal 2000 vierkante meter groot, wordt de collectie op creatieve wijze uitgestald. Naast deze koninklijke locatie aan de Amstel 135, vier panden verwijderd van Theater Carré, zijn de tegels en het sanitair van Intercodam zelfs te vinden in het paleis Huis ten Bosch van de Koning en Koningin. Màxima kwam het onaangekondigd, zelve uitzoeken. Daarmee mag Intercodam zich als een van de weinigen letterlijk leverancier van het Hof noemen.

Het is dan ook niet meer dan gepast dat interimdirecteur Klaas Vermeulen op 19 september 2019 uit handen van de locoburgemeester van Amsterdam, Victor Everhardt (wethouder Financiën en Economische Zaken, D66) het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ mocht ontvangen.

Op 11 juli 1919 richten twee Nederlandse ondernemers die in Frankfurt zaken deden, Hendrik Willem ter Horst en Ferdinand Heijne, in Amsterdam de naamloze vennootschap Internationale Compagnie voor Handel en Industrie op. Met de notariële actie konden zij in alle mogelijke artikelen handel drijven. Zij vestigden zich in een pand aan de Amstel 20-22.

Reeds in 1920 trok directeur Heijne zich terug, waarna de leiding overging op Hendrik Louis Leffelaar.

Dat de nieuwe directie praktisch was ingesteld, met het oog op de internationale contacten, komt naar voren in de wijziging van de bedrijfsnaam in Intercodam – zoals dat nu opgaat voor website-namen was dit het telegraafadres van de onderneming. Dit was rond 1923, toen zij verhuisden naar de deftige Herengracht 390. Onder Hendrik Louis Leffelaar specialiseerde Intercodam zich in de (groot)handel in bouwmaterialen en wand- en vloertegels. Leffelaar werd meteen lid van de HIBIN, de vereniging van Handelaren in Bouwmaterialen in Nederland. Een jaar later verkreeg hij een vertegenwoordigingsschap in cement en in het erop volgende jaar verhuisde het bedrijf naar een volledig pand in de Kerkstraat 59. Hier was op de begane grond ruimte voor een showroom voor de tegels.

Zo verkreeg Intercodam in recordtijd een zichtbare reputatie in tegels voor wanden en vloeren. Deze afdeling van het bedrijf leverde in de jaren dertig tweederde van de totale winst op. Intercodam verkocht zijn tegels namelijk in heel Nederland, via een systeem van vertegenwoordigers in den  lande (die vaak hun eigen ‘monsterkamers’ aan huis hadden).

Eind jaren dertig opende Leffelaar ter uitbreiding van de Afdeling Tegels een filiaal in Haarlem, aan de Kampersingel 24. Intercodam groeide uit tot een bloeiende onderneming. Ook tijdens de eerste bezettingsjaren draaide de zaak nog redelijk, wederom vanwege de aanhoudende vraag naar tegels. De Afdeling Bouwmaterialen leed wel, omdat de handel in cement in 1944 helemaal stil was komen te liggen.

Vlak na de oorlog kocht directeur Leffelaar het grote pand naast Carré, nu nog steeds de thuisbasis. Leffelaar en zijn echtgenote overleden kort na elkaar in 1957, waarna hun vijf kinderen eigenaar werden, bijgestaan door een driemanschap van commissarissen. De Afdeling Tegels bleef zich succesvol richten op het hogere marktsegment. Na 1960 voegde zich er een tweede specialisme bij: handgemaakte glasmozaïeken en tegeltableaus, van de hand van ontwerpers in eigen dienst, zoals Jacobus Isaac Burgess en Hans de Jong. In 1965 volgde de nieuwe Afdeling Keukens.

Na een wetswijziging op vennootschappelijk gebied werd Intercodam in de jaren zeventig onder leiding van directeur-eigenaar Louk Leffelaar omgezet van een NV in een BV. De verschillende afdelingen werden aparte vennootschappen, namelijk voor Keramiek, Bouwstoffen, Sport en Participatie (waaronder de Steenbrekerij Holland). In combinatie leverde dit de ontwikkeling op van kiezelrood, de toplaag (gravel) voor sportvelden en tennisbanen. Na uitputting van de groeve schakelde Intercodam noodgedwongen over op de ontwikkeling van kunststofmaterialen zoals Coraflex. In 1976 leidde dit tot het eerste kunstgrashockeyveld van Nederland, voor Kampong in Utrecht.

Ofschoon Louk Leffelaar in 1990 plotseling was overleden tijdens een rondje hardlopen, draaide het bedrijf zo goed dat het in 1999 een profijtelijke investering werd voor Holding (nu Groep) Vermeulen Drachten BV, die actief is in de betonsector. De holding wordt geleid door Klaas en Stefan Vermeulen. In 2015 zette de Afdeling Tegels een nieuwe koers uit, met luxe keukens, welness en nieuwe studio’s in Amstelveen en Zutphen.

En zo is het nog steeds: Intercodam biedt een assortiment aan van klassieke Franse ‘tuiles’ tot trendy Italiaanse ‘piastrelle’, allemaal ter inspiratie van de woninginrichter. Het is zelfs mogelijk klassieke terrazzovloeren te laten leggen, met het gepolijste mengsel van hoogwaardig marmer, kalksteen, graniet, kiezelsteen, cement en water.

Altijd is Intercodam op zoek naar aanwinsten voor de collectie, die al 20.000 unieke tegels bevat. Hiertoe worden over de hele wereld tegelmakers bezocht, of worden er topontwerpers uitgenodigd, zoals Patricia Urquiola die haar nieuwe collectie ‘Cover’ voor het Italiaanse tegelmerk Mutina in Amsterdam kwam presenteren. Intercodam is aanwezig op evenementen van Design District en Inside Design en vertegenwoordigt merken als Arclinea (keukens), Ariostea en Winckelmans (tegels), Ecostone (granito), Falper en Orta (badkamers en sanitair). Waarmee Màxima haar handen wast, wordt decent geheim gehouden.

www.intercodam.com

Expeditie Gebr. Van Eck B.V., Veenendaal

Burgemeester Gerrit-Jan Kats van Veenendaal (Utrecht) is net op tijd hersteld van een operatieve ingreep tegen hartritmestoornissen, om op 30 januari 2020 de uitreiking te verrichten van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’’ aan Pieter en Arno van Eck, directeuren. Het is de vierde generatie van het honderdjarige familiebedrijf Expeditie Gebr. Van Eck B.V. aan de Generatorstraat in Veendendaal.

Op de startpagina van de website voert een houten vrachtwagen een modern wagenpark in colonne over de dijk aan. In 1918 moet het zo zijn begonnen: “H. van Eck, Bode van Amerongen op Utrecht, Veenendaal en Rhenen”. In dat jaar bezorgde Hendrik van Eck sr. vanuit  het Utrechtse Amerongen de eerste vrachten met paard en wagen. Die auto op de foto is een echte T-Ford die hij omstreeks 1920 kon aanschaffen. Daarmee werd het mogelijk om een professionele bodedienst op te zetten met een reikwijdte tot in de hele regio. Die bestelwagen rijdt trouwens nog steeds rond; bij het 75-jarig bestaan heeft Van Eck een T-Ford uit die tijd laten opkalefateren met originele onderdelen en een exact gereconstrueerde tekst op de huif.

De transportonderneming breidde uit met verschillende bodediensten in Amerongen. In 1961 nam Van Eck de Eerste Veenendaalse Expeditie (EVE) over. Toen de activiteiten bleven groeien werd het vijftien jaar later efficiënter geacht om de vestigingen in Amerongen en Veenendaal samen te voegen in een nieuw bedrijfspand in Veenendaal.

Daar voeren nu de achterkleinkinderen van Hendrik van Eck, Pieter en Arno, het wagenpark aan. Van Eck Transport is uitgegroeid tot een middelgrote transportonderneming die met meer dan 40 wagens en 75 medewerkers het hele land bestrijkt.

Van Eck levert “gewoon goed transport”, zoals de promotie in alle eenvoud heet. Net als bij andere  familiebedrijven draait het om vakmanschap, kwaliteit en betrokkenheid bij de klant. De opdrachtgever moet zich zo min mogelijk zorgen maken of het vervoer van zijn verzending in orde komt. Het bijzondere is dat het hier nog net zo wordt gedaan als vroeger: korte lijnen en een platte organisatie, heet dat in vakjargon. De planning wordt voor een groot gedeelte handmatig gedaan, waardoor precies bekend is welke chauffeurs onderweg zijn, waar zij heen gaan en wat zij vervoeren – op ieder tijdstip van de dag. Een wens van de klant kan dus elk moment opgepikt worden en in gang gezet, ook last-minute. Van Eck heeft niet een ‘klantenservice’ à la zo’n callcenter, maar zorgt ervoor dat er direct een medewerker aan de lijn komt die kan van dienst kan zijn.

Een ‘regiovervoerder’ met vaste klantenbinding is het nog steeds, maar met het bereikbaarder worden van Europa rijden ze nu net zo makkelijk door de hele Benelux. Tegen een scherpe prijs kan er binnen 24 uur iets worden opgehaald of afgeleverd. Door een track & Trace-systeem kan de klant de levering afhandeling online volgen. Uiteraard ontvangt hij een mailtje met het tijdstip waarop ze voor de deur staan.

Van Eck verzendt niet alleen pakketten maar ook pallets, gevaarlijke stoffen, ‘multicolli’-transport of complete ladingen. Afwijkende formaten en breekbare voorwerpen zijn in veilige handen, van winkel tot webshop. Met spoed, als het moet. 

www.vanecktransport.nl

Algemene Brandstoffen Compagnie Tilburg B.V., Tilburg

“Al honderd jaar thuis in brandstoffen en smeertechniek”, zo afficheert ABC Olie zich op zijn website. Daarom mocht het bedrijf op 3 oktober 2019 het predicaat “Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ ontvangen. Burgemeester Theo Weterings van Tilburg reikte de oorkonde uit aan directeur Geert-Jan van Ierland en zijn voorganger Gerard van Ierland. Het jubileum werd vervolgens gevierd in het bedrijfspand aan de Goirke Kanaaldijk in Tilburg.

Het begon met de verkoop van kolen. In 1919 startte Gerardus van Ierland hiertoe een onderneming in de wijk Loven. Die zone van Tilburg heeft van oudsher een industriële bestemming; de woningen die er nu, om een oude fabrieksschoorsteen heen, worden gebouwd krijgen sheddaken (die op een zaagrand lijken) om aan deze functie te herinneren.

De Firma Van Ierland zit er al lang niet meer. Dankzij de groei van de handel verhuisden zij eerst naar het Insulindeplein, vervolgens naar de Hazelaarstraat en tenslotte naar de huidige locatie. De naam veranderde mee met de uitbreiding van de nering: eerst in Algemene Brandstoffen Compagnie Tilburg, toen in ABC Olie&Kolen en als laatste in ABC Olie.

Vanaf 2001 bestuurt de vierde generatie Van Ierland een bedrijf dat een belangrijke plaats inneemt in de brandstoffen- en smeermiddelenbranche. Zij hechten aan hun rol in de regio en willen een toonbeeld zijn van onderscheidend ondernemerschap, door een flinke steen bij te dragen aan de energietransitie die momenteel zo noodzakelijk is. Gelegen aan de Boterberg in Tilburg streeft de Algemene Brandstoffen Compagnie naar “het optimaliseren van uw vloeistoffenmanagement”. Het klinkt wat glibberig, maar de groot- en detailhandel in vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen, zoals de inschrijving in het telefoonboek luidt, is zeer bewust bezig met het schoner maken van het tankstation, om het simpel uit te drukken.

Een innovatie op duurzaamheidsgebied is bijvoorbeeld GTL Fuel. Gas-To-Liquids is een zogenaamde ‘drop-in fuel’: je gooit het letterlijk in een tractor, motorjacht of oude auto die al zijn hele leven op diesel rijdt, en hij start direct – zonder vieze rook, zonder lokale uitstoot (zoals fijnstof, stikstofoxiden en zwaveloxiden) of roet. GTL is het basisproduct dat door specifieke raffinage uit aardgas ontstaat. Er wordt ook wel kaarsvet van gemaakt of basisolie voor smeermiddelen. Geert-Jan van Ierland heeft er nog geen nadelen in kunnen ontdekken, of het moet zijn dat je bij het tanken even een andere nozzle moet pakken.

Het mag duidelijk zijn: smeerolie is een specialisme waar een bedrijf een eeuw voor gestudeerd moet hebben. Met nieuwe producten uit minerale grondstoffen slijten de motoren minder, hoeven filters niet zo vaak te worden vervangen, en stoten ze minder vervuiling uit.

Voor tachtig procent gaat de GTL Fuel die door ABC Olie wordt gedistribueerd, naar de binnenvaart. Dit wordt verzorgd door haar zusterbedrijf Vidol B.V., dat de bunkerstations voorziet. Het kost iets meer, maar het bespaart havengelden, onderhoud en natuurlijk CO2. ABC Olie heeft ook een eigen tankstation (mèt GTL Fuel) bij het in 2016 uitgebreide, ‘groen’ uitgevoerde kantoorpand aan de Goirke Kanaaldijk.

Directeur Van Ierland voorziet dat de markt transparanter wordt. Duistere constructies rond de verhuur van tankstations of de rode gasolie die nog steeds in België wordt gemaakt, nopen tot een meer projectmatige relatie van de groothandel met de afnemer. “Slimmer smeren loont!” verklaarde Van Ierland in NOVE Visie (nr 3, 2016): hij wil de klant zoveel mogelijk zorgen besparen door de kennis, afhandeling en dienstverlening erbij te leveren, tot en met de afvallogistiek aan toe. Dát noemt hij Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

www.abcolie.nl

Van Doorn Dakspecialist b.v., Rilland

Wie een dak boven zijn hoofd wil, heeft al vanaf de oertijd een dakdekker nodig. Van Doorn Dakspecialist b.v. is het oudste dakdekkersbedrijf van Nederland. En een van de grootste. Ze hebben zoveel te doen, dat ze pas na vijftig jaar de tijd hadden om het predicaat Hofleverancier aan te vragen. In 2018 bestond de onderneming 150 jaar.

Ter gelegenheid van dit enorme jubileum reikte burgemeester José van Egmond van Reimerswaal (Zeeland) op 4 oktober 2019 het schild en de oorkonde behorende bij ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan de eigenaren Geert Jan Vogels en Ward Schröder. Met kenmerkende Zeeuwse bescheidenheid reageerden zij met “Echt geweldig, dank je wel.”

In 1868 begon het bedrijf onder leiding van Thomas van Doorn als Van Doorn Krabbendijke b.v. Honderddertig jaar later verhuisde het van de Dorpsstraat in Krabbendijke naar De poort in Rilland. Er werken nu geen nazaten van Van Doorn meer bij het bedrijf, maar het speciaal uitgegeven jubileumboek Op het dak komt alles samen werd tijdens de feestelijkheden uitgereikt aan Joost van Doorn, een achter- achter- achterkleinzoon van de oprichter.

De Van Doorn Groep bestaat inmiddels uit twee werkmaatschappijen: Van Doorn Dakspecialist Zuid West (gevestigd in Rilland) en Van Doorn Dakspecialist Zuid BV (in Veldhoven). Er werken vijftig mensen in vaste dienst en dertig flexibele werkkrachten. De directie houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen in de dakenbranche, via onder meer bestuursfuncties bij opleidingscentra voor de bedrijfstak. Zo blijft hun ‘dakmanschap’ zich vernieuwen. Van Doorns doel is de klant, veelal woningbouwverenigingen in heel zuidwest Nederland, vastgoed en industrie, dusdanig te ‘ontzorgen’ dat zij er geen omkijken meer naar hebben. In de toekomst wordt dit beleid als het ware een garantie op ‘dienstverlening Waterdichtheid’.

De ervaring die de dakdekker heeft opgebouwd vindt zijn weerslag bij renovaties en het uitvoeren van groot en klein onderhoud. Dankzij de rijke historie heeft Van Doorn een reputatie van betrouwbaarheid: het heeft bewezen aan de verplichtingen te voldoen en garandeert het behoud op de lange termijn. Hiertoe is een online portaal opgezet, dakinspect.nl, waarin dakinspecties kunnen worden aangevraagd en rapportages ingezien. Via vaste contactpersonen en klantmanagers leidt frequent onderhoud zo tot een langere levensduur van het dak.

Tegelijkertijd kan Van Doorn zich, dankzij de combinatie van actuele kennis en innovatie, richten op de beste oplossingen van de opdrachtgever bij complexe nieuwbouw alsook op duurzame oplossingen voor het dak. Er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met stormvastheid. Hiertoe maken de specialisten in de bouwfysica een windbelastingsberekening van een gecalculeerde constructie. Die gegevens, onderzocht in eigen beheer, vormen de basis van een gedegen advies en offerte.

In één adem door controleert Van Doorn meteen de plaatselijke veiligheidssituatie van het dak. Volgens de Arbo-regelgeving is de eigenaar van het gebouw immers verantwoordelijk voor de veiligheid op zijn dak. De dakdekker keurt daarom permanente valbeveiliging, hekwerken, dakluiken enzovoort, en kan die bij het ontbreken ervan ook gelijk in orde maken. Van Doorn hecht waarde aan zijn VCA**-certificaat, de bevestiging van de de VGA Checklist Aannemers dat de organisatie werkzaamheden met verhoogd risico kan uitvoeren.

Nog een derde factor speelt tegenwoordig een belangrijke rol: de duurzaamheid. Het dak is ideaal om met het pand een serieuze bijdrage te leveren aan het milieu. Een dak biedt mogelijkheden voor ‘biodiversiteit’, waterbassins, een sedumtapijt of een lavendelweide, waterpartijen, een isolerend èn esthetisch groendak, zonnepanelen, dakcollectoren of zelfs parkeren. Zo wordt de levensduur van het dak verlengd en levert het nog financieel voordeel op ook.

www.vandoorndakspecialist.nl

Haarlemsche Zilversmederij K.H. Schermerhorn, Haarlem

Een zilversmid die het predicaat Hofleverancier krijgt: het kan niet koninklijker. Vrijdag 8 november 2019 reikte burgemeester Jos Wienen van Haarlem de oorkonde behorende bij ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan Karel Schermerhorn, directeur van de De Haarlemsche Zilversmederij K.H. Schermerhorn. De onderneming vierde haar honderdjarig bestaan met een feestelijke bijeenkomst.

De Haarlemsche Zilversmederij is nog het enige bedrijf in Nederland dat producten als zilveren broodmanden, koektrommels en dienbladen maakt. Er worden ook zilveren gildevoorwerpen uit de 16e tot de 18e eeuw gerestaureerd; de firma is lid van Restauratoren Nederland. Haar ambachtslieden kunnen zelf vele soorten andere zilveren objecten vervaardigen of repareren: kandelaars, kinderbekers, flessenbakken, jardinières, ballentrommels, cake- of bonbonmandjes.

In speciale opdracht worden er relatiegeschenken geproduceerd, voor bedrijven en particulieren, ook volgens eigen ontwerp of idee van de klant. Opdrachtgevers zijn antiquairs, juweliers en handelaren, maar tevens musea, kerken, synagoges en privéverzamelaars.

In een eeuw tijd is de vakkennis van generatie op generatie doorgegeven en de expertise uitgebreid. Naast ambachtelijk gereedschap wordt er gewerkt met speciale machinerie om te drijven, intrekken, forceren, dieptrekken en persen. De zilversmederij heeft vier verschillende ruimtes. In de werkplaats vindt het zagen, knippen, modelleren en afwerken plaats, door hamers, staken en een houten blok met staartbankschroeven. In de voorwerkplaats staan de forceer- en draaibanken, de tweemetertrekbank en de zwengelpers. Hier worden ook de forceerklossen en stempels gebruikt. Het klinkt als een middeleeuwse behandeling van oncoöperatieve ongelukkigen, maar het gebeurt met de grootste liefde voor het edelmetaal. Hierna komt namelijk nog het soldeerhok en tenslotte het polijsthok, waar de werkstukken worden geslepen tot ze glanzen.

Het bedrijf startte in 1919, toen de zilversmederij werd opgericht door Arnold Presburg en Arie Antonie Hoogteiling. Presburg was opgeleid bij de gerenommeerde firma Bonebakker (Amsterdam), Hoogteiling bij de zilverfabriek Van Kempen & Begeer. Toen deze laatste fuseerde met de firma Vos en Co (die een gladzilverafdeling had opgezet) en daarbij verhuisde naar Voorschoten, waagden de compagnons de sprong naar zelfstandigheid in Haarlem. Hoogteiling was 27 jaar toen zij begonnen met de zilversmederij Hoogteiling en Presburg.

Ze waren gespecialiseerd in traditioneel zilverwerk, maar hadden ook een aantal ontwerpen in Art Deco in de collectie, zoals een compleet theeservies in de stijl van de Amsterdamse School. Onder invloed van de crisis is Arnold Presburg in 1932 zelfstandig verder gegaan. Zijn zoon Georg, die in de zaak van zijn vader het vak had geleerd, werd in 1951 compagnon. De zilversmederij heette nu A. Presburg & Zn. Dit werd uiteindelijk de Haarlemsche Zilversmederij. Vader overleed in 1971. In 1998 verkocht Georg het bedrijf aan Karel Schermerhorn.

Schermerhorn (52) kwam via een andere route bij de Zilversmederij. Hij volgde de opleiding tot goud- en zilversmid aan de MTS-vakschool in Schoonhoven. Na zijn stage in Antwerpen was hij zeven jaar zilversmid bij juwelier H.C.D. Lyppens in Amsterdam. Hier leerde hij de vermaarde zilversmid D. Burger kennen, die een zilversmidse in Haarlem had.

Zo ontdekte hij de Haarlemsche Zilversmederij, waaraan hij na 1998 zijn naam, K.H. Schermerhorn, heeft toegevoegd. Sinds 1959 werkte hier Lex Baartse, die zijn ervaring ter beschikking bleef stellen aan het bedrijf. Van hem werd op het eeuwfeest tegelijkertijd afscheid genomen, na 59 jaar in dienst van de zilversmederij in het Garenkokerskwartier te zijn geweest.

www.haarlemschezilversmederij.nl

IJssalon W. Laan, Den Helder

Hoorntjes, ijslolly’s, oublies, ijstaarten – wie loopt het water al niet in de mond bij het lezen van deze opsomming? En dan heb je de kleurige foto’s er nog niet eens bij. IJssalon Wim Laan is reeds honderdvijfentwintig jaar een begrip in de Helderse binnenstad en verre omstreken. In de Noord-Hollandse stad zeggen de mensen: “Je bent niet in Den Helder geweest als je geen ijsje hebt gehaald bij Laan”.

De geschiedenis van het ‘Laanijsje’, beroemd geworden sinds 1948, toen het ambachtelijke schepijs in Alkmaar werd geïntroduceerd, begint in Den Helder. Daar schiep Aris (Adrianus) Laan uit Zwaag, in 1894 handelaar in groente en zuivel op de hoek van de Palmstraat, voor het eerst het recept voor wit roomijs. Hij was getrouwd met Trijntje Dudink, die hem een gezin van tien kinderen schonk. Bijna alle kinderen gingen werken in de ijswereld. Een zoon maakte de ijslolly’s, een ander liep met de ijscokar door de straten. Een paar zoons zetten een ijsfabriek op, die op den duur 35 ijskarren voorzag.

Zoon Willem nam de ijssalon op de Keizersgracht van zijn vader over. Hij trouwde met Agnes en kreeg, naar oude familietraditie, zelf ook een groot gezin. Alle acht kinderen hielpen mee in de zaak. Dat verliep voorspoedig, vooral na de invoering van het kwaliteitsmerk voor consumptie-ijs in 1929. De bombardementen op marinestad Den Helder in de Tweede Wereldoorlog maakten hier echter een einde aan: zowel de ijssalon als het huis van de familie Laan werden verwoest.

Het hele gezin zocht onderdak bij een zus van Willem, in Heiloo (tegen de zuidgrens van Alkmaar). Na met z’n allen op de zolder te hebben gebivakkeerd, kreeg het grote gezin tenslotte een eigen woning toegewezen, maar voor de bereiding van het ijs moesten ze van voren af aan beginnen. In een schuurtje achter het huis maakten ze sinds geruime tijd weer ijs, dat met de ijskar meteen werd verkocht.

Na de oorlog zag Willem Laan in Alkmaar een sigarenzaakje op de hoek van de Laat en de Koorstraat te koop staan. Vanaf 1948 vestigde hij hier zijn salon, die er nog steeds is.

De faam van het Laanijsje wordt uitgedrukt in het motto: “Al 70 jaar de ijszaak met dezelfde smaak”. Er is inderdaad maar één smaak ijs. De trouwe klant weet echter dat er door de keuze van kuipje, bakje, hoorntje of wafel, en de mogelijkheden voor een dip van chocola, nougat, slagroom of spikkels eindeloze variaties te maken zijn. Milkshakes van aardbei, banaan, kersen, kokos, mokka, karamel, chocolade of vanille zijn er uiteraard ook.

Laan keerde ook terug naar Den Helder, om daar vervolgens meerdere salons openen; Spoorstraat, Koningstraat, Kanonnenplein en Keizerstraat. Zijn zoon Wim Laan zit in de Keizerstraat, Aris (junior) en Gre Laan drijven hun salon in de Koningstraat.

Laan onderscheidt zich doordat de ijsmachines ín de salon staan. Zo kan de klant zien dat het ijs hier inderdaad op puur ambachtelijke wijze, en vers gedraaid in de coupes komt. Ze werken volgens recepten die van generatie op generatie worden doorgegeven, en maken alles zelf, van de nougat tot de waterijsjes.

Met speciale acties maakt Laan een bezoek aan de salon nog onweerstaanbaarder. Op sommige ijsstokjes staat een stempel. Bij inlevering levert dat een gratis ijslolly op,

De website ziet er uit als een Italiaanse gelateria. Hier kun je aanklikken op de ‘Gallery’. Dan wordt er een compleet fotoalbum van Royals en coupe’s uitgestald, in heerlijke kleuren. Op de site staat ook het ‘terrasweer’ van de dag aangegeven, met een cijfer dat hoger is naarmate er meer zon op de buitentafeltjes zal schijnen. Maar het is net zo gemakkelijk om thuis te genieten van Laans ijs; dan bestel je gewoon ijsrollen, bekers of taarten. Laan weet uit ervaring dat ijs vooral in grote hoeveelheden onweerstaanbaar is: wie tien ijslolly’s koopt, krijgt er eentje gratis bij.

www.ijssalonwimlaan.nl

Brood-Banket Jan Westerbos, De Kwakel

Het was op 15 oktober 2019 op de dag af een eeuw geleden dat J.A. Westerbos aan de Vrouwenakker (vroeger deel van de Utrechtse gemeente Mijdrecht), tegen de zuidgrens van De Kwakel, een bakkerij begon. Zijn kleinzoon Jan Westerbos en diens vrouw Monique kregen ter gelegenheid van dit jubileum uit handen van burgemeester Pieter Heiliegers van gemeente Uithoorn (Noord-Holland) het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uitgereikt. Ook drie wethouders van het college van b&w van Uithoorn waren aanwezig, omdat de edelachtbare meteen het nieuwe logo en de huisstijl voor de winkels en bedrijfswagens onthulde; Westerbos & Mens, Brood & Banket, heet de zaak voor de toekomst, geschreven met && twéé ampersands.

Een nostalgische zwart-wit foto toont de oorspronkelijke houten bakkerskar met bakkersknecht Joop (de 14-jarige zoon van de oprichter) op het fietszadel. Het opschrift luidt, recht voor z’n raap: “Eet Westerbos’ brood”. Pas later kwam de bestelwagen, maar dat was wel de eerste automobiel in De Kwakel!

Toen Joop groot was heeft hij, in 1960, het bedrijf verhuisd naar de Kerklaan, om de leveringen uit te breiden vanuit een nieuwe winkel. Joops zoon Jan liet in 1988 weer een nieuwe bakkerij bouwen, voor nog modernere machines.

In 2007 kon Westerbos banketbakkerij Mens in Mijdrecht overnemen. Mens had al zeventig jaar ervaring in banket. Door deze combinatie werd de kwaliteit weer hoger. In het winkelcentrum De Lindenboom in Mijdrecht werd onlangs de geheel vernieuwde banketbakkerij van Westerbos & Mens geopend. Hier zwaait Jans zoon Patrick de scepter. Daarom gaf ook een vertegenwoordigster van Koopcentrum Mijdrecht acte de présence bij de Hofleveranciersceremonie. En omdat er na afloop voor genodigden heerlijk kon worden geproefd van een hapje in de bakkerij natuurlijk.

De (banket)bakker wil zijn klanten graag verwennen; “tongstrelend”, heet het op de website. Hij maakt lekkernijen van het authentieke soort, zoals de beroemde Westerbos Ganache-cake, “om te watertanden”. Jan Westerbos levert met het grootste gemak daarnaast stapeltaarten, XXL-taarten voor 200 lekkerbekken, de fameuze marsepeintaart.Bovendien is Westerbos & Mens de mmest bijzondere tak van banketbakken meester, te weten die van de bruidstaart.

Het geheim van het voortdurende succes is bij uitstek gelegen in de familietraditie. Vanaf de basis bereidt banketbakker Westerbos alle producten zelf, om met creativiteit en oog voor detail van elk baksel iets origineels te maken. Beslist geen instantproducten – alles is vers. Hierbij maakt hij gebruik van oude familierecepten die zorgvuldig worden bewaard. Enkele weken voor de koninklijke toekenning is Jan Westerbos vast niet toevallig verkozen tot de beste speculaasbakker van Noord-Holland.

De derde generatie doet meer dan brood en banket bakken. Er is een online lunchservice, en de klant kan ook via internet gesorteerde gebakjes bestellen. Deze worden bezorgd in de hele regio De Ronde Venen, tot en met Schiphol toe. Een criterium voor toekenning van predicaat Hofleverancier is mede de vooraanstaande plaats die het bedrijf in de regio van vestiging inneemt.

Bakkerij Jan Westerbos is zich bewust van deze plaats en haar geschiedenis. De streek rond Mijdrecht wordt gekenmerkt door een typisch veenlandschap, waar de Stelling van Amsterdam dwars doorheen loopt. De banketbakkerij levert haar bijdrage aan het levend houden van de Hollandse historie in de vorm van de zogenaamde limietpaaltjes. Dit zijn kleine replica’s in marsepein van de paaltjes die langs de verbindingswegen en bij de forten van de verdedigingslinie   stonden. De paaltjes worden per “smaakvol doosje” verkocht, zowel in de winkel als bij diverse forten. Van elk verkocht doosje gaat er een euro naar het fonds om nieuwe limietpalen te plaatsen – grote, van hout – rond de forten in de gemeente De Ronde Venen.

www.westerbos.nl

Rijkers Naaimachines, Veghel

Rijkers Naaimachines is een oer-Veghels familiebedrijf dat honderd jaar bestaat. In heel 2019 vierde de familie met de medewerkers en importeurs de mijlpaal. Op 28 september 2019 was echter het onbetwiste hoogtepunt: burgemeester Kees van Rooij van de gemeente Meierijstad (een fusie van Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode in de Oost-Brabantse regio Meierij) reikte het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan Leo en Desirée Rijkers. De burgemeester memoreertde dat de winkel klanten vanuit het hele land aantrekt, omdat het team en de familie zo’n bijzondere status van vakmanschap en creativiteit hebben opgebouwd. Hun service strekt zich uit tot het repareren van oude naaimachines, en dat kan alleen als er liefde is voor het vak.

In de Kalverstraat van Veghel begonnen Marinus Rijkers en zijn vrouw Maria in 1919 een winkel in rijwielen en naaimachines. Ze verkochten ook wasmachines. Het repareren van alles wat stuk is, zit in de familie: dat deed de stichter van het bedrijf ook al. Toen er meer ruimte nodig was voor alle apparatuur en gereedschappen, verhuisden ze naar de Stationsstraat.

Leo Rijkers is derde generatie. In zijn dankwoord herinnerde hij aan de vroege dood van zijn grootvader. Toen moest zijn oma alleen met de zaak verder. Van hun drie zoons vertrok er een naar Den Bosch en een ander naar Uden. Leo’s vader Tonnie bleef in Veghel om de winkel voort te zetten, samen met diens vrouw Mia. Zij verhuisden in 1979 naar de Molenstraat, waar het bedrijf tegenwoordig nog steeds zit.

Leo’s broer René en zijn zussen Inge en Hélène hielpen in de zaak, terwijl Leo naar Gemert ging om daar een goedlopende vestiging te beginnen. Door het plotse overlijden van broer René moest Leo echter terugkomen naar Veghel. In 1995 nam hij met zijn echtgenote Desirée de zaak over.

Dit is wat de burgemeester bedoelde toen hij zei dat de familie ups en downs heeft gekend. Het is allemaal beschreven in een familiegeschiedenis, die door Desirée Rijkers mede is opgetekend. Het boek is exclusief voor de familie bedoeld; het eerste exemplaar werd op de feestelijke bijeenkomst aan mama Mia (negentig jaar) aangeboden.

De eigenaren zijn geweldig trots op wat de zaak in de afgelopen eeuw heeft bereikt. Ze hebben momenteel echter meer oog voor de toekomst. De winkel is grondig verbouwd, om meer ruimte te krijgen waarin de naaimachines getoond kunnen worden. Ze zijn namelijk officieel dealer van alle grote merken, die op het mooiste podium tentoongesteld moeten kunnen worden. Ze verkopen het nieuwste van het nieuwste, tot borduurmachines (met alle software die erbij hoort) en strijkapparaten aan toe.

Een naaimachine is namelijk een “belevingsproduct”, legt Desirée Rijkers uit in Bedrijvig Meierijstad. Ook deze klassieke naaimachinewinkel ondervindt de invloed van het online-bestellen. “We hebben niets tegen internet, integendeel, maar het echte gevoel bij een naaimachine krijg je in de winkel.”

Dus investeren de Rijkers liever in de fysieke winkel, en daarmee in personeel en clientèle. Het doel is om het maximale uit de naaimachine te halen. Dat was vroeger al zo, en dat geldt nog steeds. Er zijn medewerkers die al 17, 20 of zelfs 35 jaar in dienst zijn; zij hebben van hun hobby hun vak gemaakt. Plezier in het handwerk en aandacht voor het materiaal maken van elke uitdaging om technische problemen op te lossen een creatie. Jelle Rijkers, die er ‘nog maar’ vier jaar werkt, signaleert dat de machines steeds geavanceerder worden. Daarom is bijscholing, ook voor deze experts, blijvend noodzakelijk. De klant van de toekomst moet immers ook de persoonlijke aandacht kunnen krijgen waar Rijkers bekend om staat.

Een felicitatie op de website Stadskrant Veghel (23.04.2019) geeft weer hoe lang de winkel al een rol speelt in ieders leven: “Toen ik trouwde, kreeg ik van Hans een 2de Hans naaimachine,….bij jullie gekocht ! Hij kreeg van mij een boormachine.”, schrijft een dankbare Veghelse. Ze zegt er niet bij hoeveel jaar geleden dit was, en of de machines het nog doen. Meestal zijn die analoge mechanieken echter onverslijtbaar. En anders maakt Rijkers ze wel weer.

ww.rijkersnaaimachines.nl

Bouman & Potter BV, Poortvliet

De lijfspreuk “Wij zijn wonen Sinds 1919” geeft de continuïteit aan tussen de winkel van Sinkel die een eeuw geleden werd gestart, en de huidige benaming Woonboulevard Poortvliet. Poortvliet is een dorp van (in 2019) 1670 inwoners in de gemeente Tholen (Zeeland). Burgemeester Ger van de Velde van Tholen reikte op 28 september 2019 de oorkonde behorende bij het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan Hermen Bouman, de directeur van Bouman & Potter. Toen mevrouw de burgemeester in de speciale feesttent ook het zware hofleveranciersschild had overhandigd, dankte de directeur zijn ontroerde medewerkers en familie voor een lange periode van hard werken en ondernemen.

Datzelfde weekend vierde Bouman & Potter het eeuwfeest in de feesttent bij de Woonboulevard met een foodtruckfestival, een ballonnenclown en obstakelbaan voor de kinderen, springkussen en rodeostier, een mobiele spelletjeshal en een markt vol streekproducten. Ook werd er aan het Leger des Heils een nieuwe vrachtwagen aangeboden en gaf het personeel een olijfboom aan de directie. Dit alles tekent de band tussen het bedrijf en de inwoners.

In de volksmond staat de zaak nog steeds bekend als Bouman-Potter. In 1919 begon het als een winkel in huishoudelijke artikelen en etenswaren in de Molenstraat, middenin het dorp. Er kwamen keurige houten uitstalkasten en vitrines te staan, en in de jaren zestig ging de zaak meubels verkopen.

In de jaren tachtig groeide de winkel onder leiding van Arie Bouman uit tot ‘Woonboulevard Poortvliet’; verhuizing was nodig naar de rand van Poortvliet, aan de Paasdijkweg. Daar zitten nu 32 winkels onder één dak, met 50.000 vierkante meter het grootste winkeloppervlak van de Benelux. Hoewel het kleine Poortvliet tegenwoordig niet de eerste keuze zou zijn om een nieuwe vestiging op te zetten, is gebleken dat de centrale ligging klanten trekt van Vlissingen tot Breda en van Antwerpen tot Rotterdam.

Aries zoon Hermen is sinds 2014 algemeen directeur van Woonboulevard Poortvliet. Hij behoort tot de vierde generatie in het familiebedrijf. Vader Arie maakt nog steeds lange werkweken door zich bezig te houden met zonnepanelen en interne verbouwingen. Diens echtgenote Riet en hun dochter Helma werken op de accessoire-afdeling. Hermens broer Pieter is de expert in slapen. Inmiddels heeft het bedrijf Bouman & Potter (met 240 medewerkers) ook een vestiging in Son (bij Eindhoven), onder leiding van broer Hans. Omdat uitbreiding in Poortvliet niet mogelijk is, opent er  spoedig een compleet nieuw filiaal in winkelcentrum Alexandrium in Rotterdam.

Hermen Bouman huldigt de visie dat de klant een bank of stoel in het echt wil zien en voelen. De markt ontwikkelt zich weliswaar in de richting van online bestellen, maar Bouman & Potter ziet het internet vooral als een manier om de mensen naar de winkels te krijgen, verklaart hij in de Provinciale Zeeuwse Courant (25.09.2019).

De woonexperts van Bouman & Potter staan altijd klaar voor gratis interieuradvies, ook als het gaat om de vraag of de eetkamerstoelen passen bij de houten tafel, of de gordijnen mooi staan tegen de net geverfde muur. In de showroom wordt dan een advies-sessie gehouden, waarbij alle mogelijkheden voor een droominrichting de revue passeren. Materiaalkeuze, stoffering, accessoires en kleuren spelen mee in het maken van een tweedimensionale plattegrond. De klant kan zelfs een 3D-interieurplan krijgen. 

boumanenpotter.nl

P. Aker Zaden en Bloembollen bv, Venhuizen

Dat de bloemenhandel internationaal is, komt naar voren in de Engelse naam van de website van P. Aker in Venhuizen. Wie aanklikt, wordt welkom geheten met een speciaal blazoen:

“P. Aker en Bloembollen bv became Royal Warrent Holder (Hofleverancier bij Koninklijke Beschikking) of the Dutch Royal Family on Saturday 14 December 2019” en voegt toe: “But customers still are King!”

Op die dag overhandigde burgemeester Michiel Pijl van de gemeente Drechterland (een samenvoeging van acht woonkernen in West-Friesland) het predicaat aan directeur Peter Aker, vertegenwoordiger van de vierde generatie Akers. De burgemeester verklaarde, volgens de website bloemenplantennieuws: “Ik ben er trots op dat we sterke familiebedrijven als P. Aker in de gemeente hebben. Prachtig dat ze deze Koninklijke erkenning krijgen.”

De ‘royal award’ werd, met het bijbehorende schild, toegekend ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de bloemkweker. Er waren natuurlijk grote ruikers voor de bekende bloemenexporteur.

In 1894 werd P.Aker in Noord-Holland opgericht voor de handel in bloem- en groentezaad, maar al snel richtte het bedrijf zich op de productie van bloembollen: eerst tulpen, later ook gladiolen en irissen. Rond 1948 begon de export naar andere landen in Europa, en in de jaren vijftig volgde de expeditie naar Amerika. Hierna kwam automatisch de export naar landen in de hele wereld.

In de jaren tachtig stopte het bedrijf echter met deze productieactiviteiten, om zich volledig te specialiseren op de verkoop van hoge kwaliteitsproducten. In 2008 verkaste de onderneming naar de huidige locatie in Venhuizen, waar meer ruimte voor uitbreiding is vanuit een hypermoderne bedrijfsinrichting. Zo kan P. Aker de klant met het telen, verhandelen, importeren en exporteren van zaden en bolgewassen blijven bedienen onder de vertrouwde kwaliteitsgarantie. De website is te lezen in het Engels, Russisch en Spaans, hetgeen een idee geeft van de clientèle uit het buitenland.

Het teelproces vereist constante aandacht. De zorg voor de bloembollen begint lang voordat zij worden geoogst. Elk jaar is de groei weer anders, daarom kan Aker profiteren van meer dan een eeuw opgebouwde expertise.

Tulpenbollen hebben na het rooien eerst een periode van warmte nodig (stadium G) en daarna een periode van kou, als ze vroeg in het voorjaar willen bloeien. Temperatuurbehandeling en preparatie verschilt dus per type bloem. Voor een kwalitatief hoogstaande potplant als de pottulp bijvoorbeeld is een juiste keuze van bollen en bolbehandeling essentieel voor een geslaagde broei en planning. Hiertoe geeft de website van P. Aker in het Russisch, Duits, Pools, Chinees en gelukkig ook in het Nederlands uitgebreide kweekinstructies. Dat het hier om een waar specialisme gaat, mag blijken uit de vakterminologie: laagblijvende cultivars (zoals de Brilliant Star, de Baby Doll, Kikomachi, Princess Irene of Red Riding Hood) en Botanische tulpen (minitulpjes uit verwilderingsbollen, zoals de Tulipa Turkestanica) groeien van nature kort en gedrongen. De juiste bolmaat is van belang voor de ruimte in de pot. Voor bloemen met vroege broei (vóór 1 maart) wordt bolmaat zift 12+ aanbevolen.

Voor een landbouwbedrijf dat valt in de sector Groenten-, wortel- en knolgewassen en de branche ‘Teelt van overige eenjarige gewassen’ is duurzaamheid van extra belang. Niet alleen vanwege de eisen die de siertuinbouw aan de productie stelt, maar vooral omdat dit duidelijk maakt dat het bedrijf constant bezig is het proces te verbeteren om de natuur te beschermen. Energiebesparende maatregelen komen voort uit het gebruik van zonnepanelen, LED-verlichting, ‘liquidseal packaging’ (een extreem dun, duurzaam verpakkingsmateriaal waardoor de producten langer goed blijven) en recyclebare materialen.

Ook dit aspect telt mee voor de toekenning van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.

www.flowerbulbs.nl

Café | Zalen Donkenhof, Wouw

Zoals het een Brabants café met zalenverhuur betaamt, vierde Donkenhof niet slechts éénmaal het twintigste lustrum, maar het hele jaar door. De bijzondere jubileumevenementen begonnen al in februari 2019 met de presentatie van het lied ‘Da Feesje Is Hier’, liep tussen de reguliere hoogtepunten door (zoals Wouws Wielercafé en Wouws Wielerweekend – Donkenhof is gevestigd in het dorp Wouw) naar het aanbieden van het Jubileumbier Ambiance in juni, vierde de Eeuwige Gastvrijheid in september, en bereikte het ceremoniële hoogtepunt op 31 oktober 2019, met de woordspeling ‘Donkenhofleverancier’.

Op deze dag reikte burgemeester J.M. (’Han’) van Midden van de gemeente Roosendaal (waarmee Wouw in 1997 is gefuseerd) oorkonde en schild uit ter gelegenheid van de toekenning van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. De eigenaren van partycentrum Donkenhof, Maurice Broeren en Jannine Broeren-Hermus, namen de eretekens in ontvangst. Hierna bleef het, blijkens het uitgebreide fotoalbum op de website, nog lang vrolijk met goede toespraken, lekkere hapjes en veel Ambiance-bier.

Een landbouwer uit Woensdrecht (in het uiterste zuidwesten van Noord-Brabant) kocht op 8 september 1919 een pand naast het herenhuis ‘Donkenhof’ in Wouw, een dorp iets naar het noord-oosten. Zo werd deze Petrus Broeren, zoon van boer Stephanus, uitbater van een bruin café, met een houten toog en een spiegelkast vol glazen. Brouwerij De Ster (gevestigd op de Wouwse Markt) kwam in die tijd de tonnen bier op een speciale kar bij de café’s afleveren. Terwijl overal elders de glazen voor de klanten werden gevuld uit kruiken (de ‘stopkes’), kreeg Café Broeren al in 1929 tapkranen op de bar. Geen wonder dat de omzet steeg en de familie Broeren bleef.

Waar andere café’s reepjes krantenpapier in de wc’s hadden hangen, kreeg hun toilet heus wc-papier. Overigens kwamen de pisbakken voor de mannen nog wel rechtstreeks uit in de sloot.

De tweede generatie, Cor Broeren, die trouwde met Jo, vroeg in 1971 een vergunning aan om de kroeg grondig te verbouwen. Zo werd in 1972 alles aangesloten op de riolering. Het vergrote café nam bij de opening in 1973 de naam aan van het vroegere buurhuis: Donkenhof. Tijdens de Wouwse kermis zetten ze, toen al, wel 1000 liter bier om.

Uit het huwelijk van Cor en Jo kwamen vanaf 1949 zes kinderen voort. De oudste, Piet, nam de zaak over, en inmiddels is de vierde generatie aan de beurt: Maurice en zijn vrouw Jannine hebben Café Donkenhof klaargestoomd voor de veranderende markt van feesten en partijen. Donkenhof heeft een Grote Zaal, en een apart te huren ruimte, de ‘Schutterij’.

Dat de familie Broeren een lange geschiedenis heeft met tapbier, mag blijken uit het aanbod. In het biercafé komen vijf speciale bieren uit de tap, en omdat ze zelf niet kunnen kiezen welke nou de lekkerste is, rouleren ze elke maand een favoriet. Daarnaast wordt een breed scala aan bijzondere biermerken aangeboden, van trappisten tot Westmalle.

Sinds 1996 mag kastelein Maurice Broeren zich SVH Meesterschenker noemen – SVH staat voor Stichting Vakbekwaamheid Horeca – , de hoogste graad van professionele expertise die een bartender kan bereiken. Als ‘schenker’ in de horeca kan hij dan ook de beste bierproeverijen opzetten. In vier uur tijd begint de groep met een eenvoudige pilsener “om de smaakpapillen in de stemming te brengen”. Dan volgt de informatie over grondstoffen en het brouwproces. Als de gasten niet teveel vragen stellen, kan gauw worden overgegaan naar overjaarse bieren, abdijbieren, vruchten- of tarwebieren, om af te sluiten met tripels.

Daarom zijn Westbrabantse nachten lang.

www.donkenhof.nl

Aann. Bedr. Gebr. Blomberg v.o.f., Smilde

Het Smildeger familiebedrijf Blomberg bestond in 2019 honderd jaar. Omdat de Gebroeders maatschappelijk zeer betrokken zijn bij de regio Smilde, kwam Commissaris des Konings Jette Klijnsma speciaal naar de Smildeger Koepelkerk om de oorkonde, behorende bij het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit te reiken aan Hendrik-Jan en Johan Blomberg. Mieke Damsma, burgemeester van de gemeente Midden-Drenthe, sprak van ontzettende trots om in haar woonplaats zo’n duurzaam bedrijf te hebben dat voor binding zorgt in de samenleving.

De website van omroep rtvdrenthe vermeldt met oog voor de typerende bescheidenheid van zijn provinciegenoten dat de broers weliswaar de onderscheiding hadden aangevraagd omdat hun aannemersbedrijf het eeuwfeest viert, maar dat zij nogal verlegen reageren op alle eerbetuigingen voor hun rol in de maatschappij: “Als ik hoor hoeveel lof wij krijgen, denk ik: hebben wij zoveel verdiend? Blijkbaar denken anderen daar anders over”, bespiegelt Hendrik-Jan Blomberg. Inderdaad, want de CdK benadrukte in haar toespraak dat je voor dit predicaat wel iets moet doen, zoals geliefd en sociaal zijn, de regio sponsoren en nog veel meer. Ze noemde de Blombergs “weergaloos: de betrokkenheid bij de regio is echt om over naar huis te schrijven. Altijd, al die jaren, heeft de firma Blomberg middenin de samenleving gestaan.”

Het familiebedrijf sponsort verschillende clubs in het dorp, Hendrik-Jan is voorzitter van de werkgeversorganisatie van aannemers in de streek (de NVBU) en Johan zit bij de vrijwillige brandweer. In de hele provincie Drenthe is Blomberg het negende bedrijf dat dit predicaat krijgt.

Dat de Gebr. Blomberg populair zijn, mag blijken uit de website bouwnu.nl. Daar krijgen ze van tevreden klanten louter negens en tienen om hun klantgerichtheid, meedenken en vriendelijk personeel. Er is slecht één zuinige zeven, maar zelfs dan is het commentaar positief: “Goed werk in de afgesproken tijd”. Door dit ene noordelijke understatement komt het gemiddelde tevredenheidscijfer uit op een 8,8. 

Het aannemersbedrijf deelt zijn diensten in naar Nieuwbouwprojecten, Verbouwingsprojecten, Onderhoudsprojecten en Renovatieprojecten. Het duurzame karakter krijgt voorrang, in bouwconstructies, -materialen en -technieken. Maar ook in het personeelsbestand: er is nagenoeg geen verloop onder de werknemers, wat een gunstige weerslag heeft op de relatie met de klanten. Zeker bij verbouwingen moet er onderling vertrouwen zijn. De aannemers hebben ook speciale Acties Inbraakpreventie.

Grootvader Hendrik Blomberg stichtte in 1919 zijn bedrijf aan de Hoofdweg in Smilde. Hij overleed echter plotseling, waarna zijn weduwe, ‘opoe’ Jantje, het moest overnemen. Gesteund door haar dochter Geesje hield zij de boel op poten. Opoes rol in het voortbestaan van de firma is zo groot geweest, dat haar geboortedag, 21 november, werd gekozen om het predicaat ‘Hofleveranvier’ in ontvangst te nemen.

Na Geesje werden Jaap en Bertus Blomberg directeur. Zij werden opgevolgd door de zoons van Jaap, Hendrik-Jan en Jannes. En per 1 januari 2020 draagt Hendrik-Jan de leiding over aan zijn andere broer, Johan. Deze is goed in slimme calculaties en scherpe offertes.

Johan vermoedt dat Hendrik-Jan maar met moeite de zaak kan loslaten, maar heeft er volgens het Dagblad van het Noorden  (21.10.2019) alle vertrouwen in dat de Blombergs klaar zijn voor de volgende honderd jaar.

www.blomberg-smilde.nl

Bakkerij Visser B.V., Alphen aan den Rijn

Het kroonjaar werd gevierd op 19 september 2019, met een receptie vol verrassingen voor de jeugd. Al op 7 september mocht directeur Eimert Visser, in aanwezigheid van de representant van de derde generatie, zijn vader Siem, samen met zijn zus Simone van Klaveren en haar man Ruud, uit handen van de Commissaris des Konings in Zuid-Holland, Jaap Smit, het predicaat behorende bij de toekenning ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’  in ontvangst nemen. Het belang van Bakkerij Visser aan de Tankval, werd onderstreept in een toespraak van burgemeester Liesbeth Spies van Alphen aan den Rijn. Visser hoort bij de grootste bakkerijen van het land.

“Het komt al 100 jaar voor de bakker” luidt hun leuze. Toen de eenmansbakker Simon Visser in 1919 begon, bakte hij al het niet onaanzienlijke aantal van 1260 broden per week. Honderd  jaar later zijn dit er 265 duizend.

Bakkerij Visser noemt zich “één van de modernste bakkerijen van Nederland”. Vanuit Alphen aan den Rijn produceren zij vers brood voor de supermarktketen Jumbo: alle 95, van Texel tot Terneuzen. De hyperbakkerij is gespecialiseerd in ‘grootbrood’ (zoals rond wit, stevig volkoren en casino tarwe) en in ‘kleinbrood’ (bolletjes, pintjes, minibolletjes). Maar zij maken ook vruchtenbrood (rozijnenbrood, krentenbrood, krentenbollen) en stollen. Om de winkels de mogelijkheid te geven gedurende de hele dag de geur van vers brood te laten opstijgen, levert Visser ook een assortiment Bake-Off broden, van wit, tarwe, volkoren tot granen, donker en maïs, om zelf af te bakken.

Honderd jaar geleden begon Visser een kleine bakkerij aan de ’s-Molenaarsweg in Alphen. De zoon van oprichter Simon, Eimert, nam in 1938 de zaak over. Vijftien jaar later vervoegde diens zoon Siem zich in de zaak. Hij was zestien en wilde van school af. Hoewel zijn vader liever had gezien dat hij doorleerde, liet Siem het na een maand Mulo daar voor gezien omdat hij zo’n hekel had aan Frans. Toen pa Eimert dit ontdekte, gaf hij de leraar een groot krentenbrood en zette Siem aan het werk: brood verkopen langs de deuren en ventend aan vrienden en kennissen.

In 1967 was de zoon klaar om, met zijn vrouw Ali Bergshoeff, de leiding over te nemen. Ali haalde niet alleen de broden uit de oven maar stond ook in de buurtwinkel aan de ’s-Molenaarsweg. Aanvankelijk moest Siem nog met het brood naar de klanten, vanuit de wagen in de straat. Maar toen de wetgeving veranderde en kruideniers ook brood mochten verkopen, betrokken die hun brood bij Visser. Ook de SRV-man kwam met Visser-brood dagelijks bij u thuis. In die tijd gingen er drie- tot vierhonderd balen meel per week doorheen. Veel? Nu zijn het er drieduizend.

Ruud van Klaveren begon twee jaar na Siems overname bij Visser als banketbakker. Al snel ging hij kantoorwerk doen en venten. Toen Siem zijn arm brak, nam hij diens werkzaamheden over. Speciale aandacht had Ruud voor de oudste dochter Visser, Simone.

Hieruit is voortgekomen dan Simone met haar man Ruud en haar (naar zijn grootvader genoemde)  broer Eimert nu een bakkersbedrijf runnen langs de N11 midden in de Randstad, in Alphen aan den Rijn. Elke dag wordt hun brood afgeleverd bij hun vaste afnemers.

Hiervoor is grote efficiëntie nodig. Intussen wordt de kwaliteit bewaakt. Visser is BRC- en GMP-gecertificeerd. BRC (British Retail Consortium) garandeert de veiligheidseisen die gelden voor verpakkingsmaterialen van levensmiddelen, en GMP (Good Manufacturing Practice) vaardigt richtlijnen uit voor de veiligheid van mens, dier en milieu in de dierlijke productieketen. Dit betekent dat de productie geschiedt onder optimale hygiënische omstandigheden, met oog voor de afvalstromen. Het Nederlands Bakkerij Centrum gaf Visser-producten hoge cijfers.

Tijdens de jubileumviering richt de Bakkerij zich speciaal op de jongste generaties. Onder de noemer De Jeugd Heeft de Toekomst is er een wedstrijd voor het bedenken van een nieuw ‘tussendoorbroodje’ uitgeschreven onder alle basisscholen van Alphen aan den Rijn. Met de opbrengst van de verkoop mochten de scholen buitenspelmaterialen aanschaffen. Visser sponsorde eerder het NK Atletiek voor Junioren bij de Alphense Atletiekvereniging AAV ’36, en vraagt voor dit jubileum in plaats van geschenken liever een gift voor het Ronald McDonald Kinderfonds, zodat ouders dichtbij hun kinderen kunnen verblijven wanneer die zijn opgenomen in aparte verzorgingstehuizen.

Dat brood, met “Een ovenverse groet!” goed voor je is, mag blijken uit het feit dat er inmiddels een vijfde generatie (Visser-) Van Klaveren rondloopt, op de afdeling Smikkelstol en Smikkelbol. 

www.bakkerij-visser,nl

Uniformpettenfabriek Hassing B.V., Nijkerk

Een 125-jarig bestaan maar liefst, vormde de aanleiding om op 19 december 2019 aan Hassing B.V. het predicaat behorende bij de ‘Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit te reiken aan de directeur, Evert van den Top. Burgemeester Gerard Renkema van Nijkerk (Gelderland) reikte de oorkonde uit.

De firma die is gespecialiseerd in uniformpetten, -caps, -berenmutsen, kepi’s en militaire outdoor-camouflagehoedjes bevestigt hiermee dat het leveren van kwaliteit op de lange termijn altijd loont.

In één uniformpet zitten gemiddeld 26 onderdelen. Die moeten allemaal naadloos op elkaar aansluiten, precies op maat zijn, en elke vorm van gebruik doorstaan. Elk product wordt handmatig gecontroleerd. Hassing B.V. beroemt zich er op dat zij een begrip zijn in Nederland, en inmiddels ver daarbuiten.

Sedert 1894 gespecialiseerd in het ontwikkelen en produceren van ‘hoofdbedekkingen’, ontwikkelt Hassing alle mogelijke ontwerpen voor diverse Europese overheidsdiensten, maar ook voor de burgermarkt, zoals het hotelwezen. Het bedrijf beschikt over een eigen atelier met allerlei specialistische machines, zodat de meest uiteenlopende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd.

Met meer dan honderd jaar ervaring, is Hassing de enige Nederlandse fabriek die nog uniformpetten maakt. Dit houdt automatisch in dat het bedrijf een intense kwaliteitsbewaking hanteert die loopt van de ontwerpfase tot nà de aflevering. Niemand anders kan het vakmanschap immers overnemen. Kenmerkend aan een familiebedrijf is voorts dat er op een persoonlijke wijze wordt gecommuniceerd en de klanttevredenheid voorop staat.

In 1894 richtte Anthonius Hassing samen met zijn twee zoons een fabriek voor uniformen en petten op, in Purmerend. De firma W.A. Hassing adverteerde als Specialist in Uniformen: “Onze uniformen zijn van onberispelijke coupe, worden van prima Lakens, Voerings enz. vervaardigd en zijn laag van prijs.” Hassing gaf een ‘Prijs-Courant’ uit, waarin de klandizie de afbeeldingen van de tenues kon bestuderen.

Aangezien het Nederlandse leger een vanzelfsprekende klant zou zijn, bedacht zoon Julius dat een vestiging in garnizoensstad Amersfoort veelbelovende vooruitzichten bood. Daarom begon Julius Hassing in 1897 een zaak op de Lange Beekstraat aldaar. De handel nam inderdaad toe: hij leverde ook sabels, handboeien, pistolen en sporen voor de laarzen van de cavalerie. Al snel moest hij uitwijken naar een groter pand, aan de Arnhemseweg. Hier zette de derde generatie Hassing, onder leiding van Julius’ zoon Anthonius, de zaak voort.

Na het overlijden van de kleinzoon van de oprichter, de naar hem vernoemde Anthonius, zocht de firma in 1978 snel naar een overnamekandidaat. Deze werd gevonden in Ab Have, die toen net twee jaar bij Hassing B.V. werkte. De bank keurde de overname goed, de zaak werd beklonken.

En de onderneming bleef groeien. De productie in Amersfoort kon de enorme vraag, van ceremoniële uniformen tot bedrijfsdienstkleding, niet aan. Daarom werd  in 1985 een productieatelier geopend in Tunesië. Van hieruit is het eenvoudiger om de internationale markt te bedienen.

Want niet alleen Nederland laat zich in tenue hullen door Hassing. Toen in 1994 het honderdjarig bestaan werd gevierd, mocht de firma inmiddels niet alleen nationale politiediensten, brandweerkorpsen, het Nederlandse leger, de douane, de NS èn ons eigen Koningshuis tot de clientèle rekenen, maar ook Duitse, Franse en Scandinavische instanties.

De befaamde ‘Uniformpettenfabriek sinds 1894’ groeide in 2007 uit zijn naad; van Amersfoort werd er verkast naar de Melkrijder in Nijkerk (Gelderland). Hier zetelt nu het bedrijf, dat klaar is voor expansie van het internationale marktaandeel.

https://hassing.nl

Oonk Rijwiel- en Babyspeciaalzaak, Winterswijk

Gé en Wilma Oonk namen op 21 juli 2019 de oorkonde in ontvangst die burgemeester Joris Bengevoord van Winterswijk (Gelderland) uitreikte. Hun speciaalzaak met de bijzondere combinatie Rijwielen en Baby’s verkreeg op die dag ook het schild behorende bij het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.

In het voorjaar mocht de familie Oonk het honderdjarig bestaan vieren. Op 27 mei 1919 startte grootvader Oonk met het verkopen van fietsen en kinderwagens in de Achterhoek. Dat deed hij toen vanuit zijn eigen woonkamer.

Omdat kleine kinderen blijven groeien, groeide ook de zaak voorspoedig. Inmiddels levert Oonk babykleertjes en andere babyartikelen, tot complete kinderkamers aan toe. De combinatie met kinderzitjes voor op de fiets en fietsdragers is dan een logische, en zo komt het dubbele specialisme van de Oonks tot uiting in de advisering en verkoop van sportieve en elektrische fietsen, de reparatie daarvan, alsmede alle benodigde rijwielartikelen.

Oonk moest verschillende keren verhuizen en verbouwen. De onderneming begon met de verhuur van fietsen. Sinds 1970 zijn ze gevestigd in winkel in de Misterstraat. Daar werd in 2016 de fietswerkplaats volledig heringericht. In de nieuwe showroom staan hybride 24-versnellings-bikes naast moderne driewielertjes.

De babyafdeling kon toen natuurlijk niet achterblijven. De totale vernieuwing van de rijwiel- en babyspeciaalzaak was net gereed toen het jubileumjaar zich aankondigde. De blijde gebeurtenis werd groots gevierd op 13 april 2018, met de feestelijke opening van de winkel. Het motto luidt: “Alles voor uw fiets en baby”.

Als heus familiebedrijf benadrukt Oonk Speciaalzaak de dienstverlening en betrouwbaarheid. Zij garanderen de kwaliteit van de producten, of het nu een autozitje of de trapondersteuning van een elektrische fiets betreft. Servicebeurten zijn gratis en de klant krijgt er eerlijk advies bij. Zo omzichtig en zorgvuldig als de verzorging van het kroost wordt afgehandeld, zo precies handelt de fietsafdeling ten aanzien van de afstelling van de stuurpositie, kettingspanning, remkracht en versnellingen.

De passie en de kennis van de laatste technische ontwikkelingen bij Oonks personeel zijn toepasbaar op beide specialismen. Het mag een klein wonder heten dat niet meer bedrijven de combinatie van deze twee takken hebben ingezien.

Op de website van De Gelderlander stromen de felicitaties voor de titel Hofleverancier toe. Een trouwe klant – onbekend is of zij voor de fietsen of de kinderwagens komt – heeft éen grote wens: “Nu maar hopen dat het geen Koninklijke prijzen worden in de winkel!”

Oonk denkt in elk geval aan alle leeftijden. In het jubileumjaar bieden ze forse kortingen aan op “overjarige fietsen”.

www.oonkspeciaalzaak.nl

Widenhorn B.V., Rhoon | WIA Educational BV, Hoogvliet

In het Kasteel van Rhoon (gemeente Albrandswaard), onder de rook van Rotterdam, konden op 20 september 2019 in één keer twee bedrijven, loten uit dezelfde stam, worden beloond voor hun doorzettingsvermogen. De Commissaris des Konings in Zuid-Holland, Jaap Smit, reikte samen met de burgemeester van Albrandswaard, Jolanda de Witte, het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan Widenhorn B.V. en aan WIA Educational.

De burgemeester prees Anco Euser (directeur van Widenhorn) en Bert Euser (directeur van WIA Educational) om hun langdurige ondernemerschap en hun betrokkenheid bij lokale en regionale initiatieven en projecten.

In 1919 begon Albert Widenhorn zijn Machines Werktuigen en Gereedschappenhandel N.V. aan de Leuvehaven in Rotterdam. Hij was in 1914 in Duitsland geboren. Hoewel hij het Duitse staatsburgerschap had verloren, werd hij in België, waar hij met zijn vrouw Maria woonde, tot 1933 beschouwd als staatsvijand. Dit veranderde pas toen hij in dat jaar Nederlander werd.

Toen hij overleed, in 1944, nam Cornelis Euser de dagelijkse leiding over. Vier jaar eerder was Euser door Widenhorn als boekhouder in dienst genomen. Euser breidde het bedrijf, onder de bekende naam, uit met vestigingen in Rotterdam (op beide Maasoevers), Tilburg, Tiel en Middelburg. Van hieruit leverde de firma Widenhorn gereedschappen aan industriële bedrijven. Het werkterrein bestrijkt hedentendage de hele Benelux.

Naast deze ‘hardware’ begon de zoon van Cornelis Euser, Bert, in 1982 Widenhorn Industriële Automatisering: niet alleen bood het nieuwe bedrijf CAD/CAM-systemen – Computer Aided Design, resp. Computer Aided Manufacturing, dus het ontwikkelen en vormgeven van producten door software – aan de verspanende en plaatverwerkende metaalindustrie, maar ook de opleidingen hierin, voor het technisch en beroepsonderwijs.

In de jaren negentig ging men voort met de ‘digitale gereedschappen’. In vier generaties is Widenhorn geëvolueerd in een bedrijf in mechanische gereedschappen voor de industrie (Industriële Applicaties) èn in een handelsonderneming in nieuwe technologieën en hoe ermee om te gaan. WIA Educational werkt samen met onderwijsinstanties in de breedste zin (Primair onderwijs, VMBO, ROC, en HBO), door te voorzien in werkplekken, lesmateriaal en educatieve en professionele software.

Op 19 september 2019 bestond Widenhorn honderd jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum is een boek verschenen over de geschiedenis van het bedrijf. De ontdekking van een soort familiearchief waarin honderden brieven bewaard bleken te zijn, leidde tot onderzoek in zeven landen en een nieuwe kijk op de historie. Het werk telt 368 pagina’s en is geïllustreerd met historische opnamen, veelal uit eigen collectie. De auteur, dezelfde Bert Euser, is bedrijfseconoom van de derde generatie Widenhorn. Hij was in de capaciteit van regiohistoricus al bezig aan het schrijven van een geschiedenis van de families, maar kon dankzij de ontdekking van zoveel nieuwe historische bronnen overgaan op het samenstellen van een complete en, in de woorden van de website van Widenhorn: “atypische” bedrijfsgeschiedenis. Op zoek naar de ziel van de zaak, noemde Euser het boek. De ‘zaak Widenhorn’ heeft namelijk in de afgelopen eeuw negen maal een serieuze ontwrichting doorgemaakt. Zo werden winkel en fabriek bij het bombardement op Rotterdam, 14 mei 1940, totaal verwoest. Het overwinnen van deze tegenslagen kenmerkt het succes van de zaak.

Het boek biedt enerzijds inzicht in de organisatie, financiën, techniek en technologie van de handelsonderneming. Anderzijds levert het een openhartig inkijkje in de familiale verhoudingen: genealogie, emoties rond de overdrachten, maatschappelijk verantwoord ondernemen, de relatie met de lokale politiek in Rotterdam en omstreken, geopolitiek en Tweede Wereldoorlog. In combinatie schetsen deze beide kanten het karakter van Widenhorn. Hieruit komt het begrip ‘bedrijvenfamilie’ voort.

De actieve rol van de verschillende familieleden in het politieke en verenigingsleven van de regio – Bert Heuser was ook wethouder – is te volgen in het Widenhorn Bedrijfsmuseum, dat sinds 2012 een overzicht geeft van de historie van de onderneming en de gemeente Rhoon, het dorp op het eiland IJsselmonde dat valt onder de gemeente Albrandswaard.

www.wiaeducational.nl

Sellink Juwelier, Winterswijk

In 2018 vierde Sellink Juwelier in Winterswijk zijn honderdjarig bestaan. Dit jubileum werd luister bijgezet met de toekenning van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. Op 12 oktober 2019 reikte burgemeester Joris Bengevoord de oorkonde uit aan eigenaar Ton Abbink.

In zijn lofrede memoreerde de burgemeester dat Ton Abbink bekend staat als een echte vakman. Niet alleen is hij goud- en zilversmid alsmede diamantzetter. Hij is óók horloge- en klokkenmaker. Ton Abbink, derde generatie juwelier, kan alle antieke sieraden en klokken repareren.

Abbink heeft het niet van een vreemde. De juwelier is al meer dan een eeuw gevestigd in de Meddosestraat in Winterswijk (Gelderland), vanaf 30 oktober 1918. In dat jaar begon Gerhard Frederik Sellink zijn zaak in edelmetalen sieraden. In 1948 nam zijn dochter Johanna de onderneming met haar man over. Zij breidden de winkel verder uit naar een juweliers- en horlogeriezaak. 

Op 1 januari 2006 nam hun zoon Ton Abbink de zaak over, waarbij hij de bedrijfsnaam G.F. Sellink veranderde in Sellink Juwelier. Ze verhuisden in 2010, naar de overkant van de straat: van nummer 64 naar 53. Sellink is actief in de branche Winkels in Juweliersartikelen en Uurwerken en weet dankzij zijn praktijkervaring bij Van Moppes Diamonds ook alles van diamanten.

De specialist had zich als horlogemaker al sinds 1980 in het vakwerk bekwaamd, tijdens zijn opleiding en in de praktijk bij zijn ouders. Als kind leerde hij de draaibank te gebruiken, en op zijn zestiende stapte hij in het ambacht.

Hij wil echter meer zijn dan een smid; zijn creativiteit gebruikt hij tevens als ontwerper. Hij kan oude sieraden aanpassen aan nieuwe eisen, maar ook geheel nieuwe ontwerpen. Verschillende van zijn eigengemaakte sieraden en horloges zijn beschreven in boeken. Abbinks interesse in de geschiedenis van zijn vak heeft er bovendien toe geleid dat hij Achterhoekse klokken uit de achttiende en negentiende eeuw heeft bestudeerd. Als een waar uurwerkhistoriscus publiceerde hij in 1989 (samen met J. Sellink en R. Wiggers) het boek Achterhoekse Klokken en Uurwerken. Klokken hebben vaak een emotionele waarde, ze zijn soms wel een leven lang in de familie. In Achterhoek Nieuws (19.10.2018) wijst Abbink er op dat als een klok niet meer slaat, de sfeer in huis verandert: “Het gezegde ‘Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens’ is er niet voor niets.”

De vierde generatie heeft dezelfde liefde voor het vak. Dochter Marjon doet de boekhouding van de winkel. Zij ziet dagelijks wat een emotionele waarde deze kostbare voorwerpen hebben. Erfstukken die moeilijk draagbaar zijn geworden worden door een toepassing van haar vader weer bruikbaar.

Een vijftigjarig jubileum heet ‘Gouden’, zestig geldt als Diamant. Daar is Sellink al lang voorbij. Honderd jaar wordt wel Ivoor genoemd. De komende eeuw glanst nu al.

website.places.nl

Boelen Metaalbewerking BV, Nieuwkuijk

Bij het 100-jarig bestaan van Boelen Metaalbewerking werd het familiebedrijf op 21 juni 2019 onderscheiden met het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. De oorkonde en het schild werden uitgereikt door de locoburgemeester van de gemeente Heusden (Noord-Brabant), Thom Blankers (wethouder Werk & Economie, VVD). De werkplaats van het bedrijf was omgebouwd tot feestlocatie. Hier namen de eigenaars, Eric en Jos Boelen, de eer in ontvangst.

Opgericht in 1919 is Boelen BV een echt familiebedrijf. Dorus Boelen begon als dorpssmid en fietsenmaker aan de Ipperhoeve in Haarsteeg, een kerkdorp in Noord-Brabant. Vanwege de smederij was zijn bijnaam ‘Dorus de Foers’. De boeren uit de omgeving kwamen veel langs, met hun landbouwwerktuigen en paarden. Dorus’ zoon Bertus volgde hem op. Klanten werden aan de keukentafel ontvangen; de deur naar de werkplaats stond altijd open, zo herinneren diens zoons Jos en Eric Boelen het werk van hun vader. Het beslaan van paarden was (in)spannend werk maar leverde niet genoeg op.

De jongens, nu 58 en 54, hadden eigenlijk andere aspiraties, maar kwamen toch in het bedrijf terecht. Eind 1998 namen ze de smederij over van hun vader. Die bleef, net als zíjn vader, nog lang meewerken achter het aambeeld, omdat het smeden hem nou eenmaal in het bloed zat.

Maar de zaak veranderde noodgedwongen in een constructiebedrijf voor de bouw en industrie. De onderneming groeide dankzij een breed scala aan opdrachtgevers: Boelen ging zich richten op unieke, eenmalige opdrachten.

Van ontwerp tot uitvoering en montage maken ze alles zelf, met vijftien allround vakmensen als personeel. In 2005 verhuisde het bedrijf naar het nieuwe industrieterrein van Nieuwkuijk, waar ze groter en moderner konden worden.

Toen opdrachten uit de bouw afnamen, tijdens de economische crisis tussen 2008 en 2016, deed Boelen veel voor de beton- en baksteenindustrie. Er moesten medewerkers afvloeien, maar er kwam nieuw werk bij, in straatmeubilair en in de scheepvaart (bijvoorbeeld het maken van liftkooien voor cruiseschepen).

De relatie met de klanten is nog steeds gebaseerd op vertrouwen. Of het nu gaat om eenvoudige series of complexe maatwerkopdrachten, Boelen garandeert tijdige aflevering, met afgesproken kwaliteit voor de juiste prijs. Ze noemen dit ‘klantzekerheid’ op het hoogste niveau.

Ook de overheid is hun afnemer. Zij worden ingezet bij calamiteiten en spoedreparaties, en zijn sterk in restauratie en specifiek onderhoud van historische en bijzondere objecten. De stalen constructie voor de steigers rond de Utrechtse Domtoren die wordt gerestaureerd, van meer dan honderd meter hoog, is gemaakt door Boelen. “Dat hele precieze, dat het klopt tot in de kleinste details. Daar zijn wij goed in”, aldus de gebroeders Boelen (BD.nl).

Zij betreuren dat het werken ‘in de metaal’ nog altijd een imago heeft van zwaar en vuil, terwijl de machines tegenwoordig schoon en beveiligd zijn en het tilwerk niet meer met de hand hoeft te worden gedaan (waar zijzelf nog wel de last van ondervinden). Ze hopen op aanwas van de jeugd, die er een volledige opleiding kan volgen om door te groeien als metaalbewerker.

boelenmetaal.nl

Van Hessen B.V., Ridderkerk

Als bekroning op 100 jaar Van Hessen reikte loco-Commissaris des Konings van de provincie Zuid-Holland, Jeannette Baljeu (gedeputeerde voor Financiën, Haven en Industrie, VVD), op 6 juni 2019 het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit. Zij overhandigde de oorkonde aan directeur/eigenaar Ronnie Hinrichs en onthulde het schild, dat bij de ingang van het kantoor in Ridderkerk is komen te hangen.

De website van Van Hessen opent met “It’s (y)our business” en “Automatiseer. Integreer. Dirigeer”.

Van Hessen levert automatiseringssystemen (soft- en hardware) voor de horecasector. De klant kiest voor de product- en softwaremodules, Van Hessen integreert die in een totaalpakket van service en ondersteuning. Het doel is de efficiëntie te verhogen, van het kleinste cafeetje tot de grootste hotelketen. Van Hessen heeft bijvoorbeeld de distributierechten voor Nederland van Ariane Self-Check kiosken, de meest complete check-in/check-out terminal voor hotels.

Het begon in 1919, toen Abraham van Hessen in Rotterdam een werkplaats en showroom opende in de Lischstraat. Van Hessen, die Alfred werd genoemd, werd geboren in Groningen in 1884 en overleed in Rotterdam in 1960. Hij stond geregistreerd als koopman in schrijfmachines en kasregisters. ‘A.van Hessen & Co.’ had na de oorlog vele jaren zijn winkel in de Rotterdamse Witte de Withstraat. Dit bedrijf groeide uit tot specialist in reserveringssystemen voor hotels: van kassa’s tot PMS-oplossingen voor de hotellerie. Property Management Systems zorgen voor een overzichtelijke administratie, waartoe via internet vanaf elk apparaat en elke locatie door de medewerkers gemakkelijk toegang te verkrijgen is.

Vanaf 1979 doet Van Hessen zaken met het Amerikaanse bedrijf Micros. In 1995 kwam het Fidelio Hotelreserveringspakker erbij. Er is ook een Belgische ‘entiteit’ van Van Hessen, waardoor het bedrijf een sterke positie heeft in de Benelux. Van Hessen opereert in West-Afrika, zodat het totale personeelsbestand uitkomt op bijna honderd medewerkers. In 2000 verhuisde Van Hessen van Capelle aan den IJssel naar het huidige pand in Ridderkerk.

Op 1 oktober 2018 was er de aandelenoverdracht van Ruud Clements, die dertig jaar aan het roer had gestaan, aan Ronnie Hinrichs. Om de continuïteit van de organisatie op de lange termijn te waarborgen, had Clements namelkijk gezocht naar een nieuwe eigenaar van buiten het bedrijf. Ronnie Hinrichs kwam van Micros Retail & Hospitality, waar hij diverse sales- en operationele functies bekleedde.

Bij de uitreiking van de titel sprak oud-directeur Ruud Clements zijn bewondering uit voor het hele Van Hessen-team: “Deze mijlpaal hebben we gezamenlijk weten te bereiken (…) De afgelopen dertig jaar waren er tegenslagen, maar ook vele prachtige momenten. Ik ben ervan overtuigd dat Ronnie het bedrijf de komende jaren nog succesvoller zal maken.”

www.vanhessen.nl

Assink & Schipholt BV, Hengelo

Commissaris des Konings Andries Heidema van de provincie Overijssel reikte op 27 juni 2019, tijdens een feestelijke bijeenkomst vanwege het jubileum, het predicaat ‘Bij Beschikking Hofleverancier’ uit aan directeur Martijn Gierveld en eigenaar Leonard Baas van het 100-jarige Assink & Schipholt. Burgemeester Sander Schelberg van Hengelo (O) keek goedkeurend toe.

Assink & Schipholt produceert plaat- en constructiewerk: lassen van staal, RVS, metaalsnijden, kanten en laseren. In 1919 werd de firma opgericht door H.J.W. Assink en Lutje Schipholt. Toen heette hun bedrijf ‘Constructiewerkplaats van Koper- en IJzerwaren’. Onder die formulering had Assink al in 1916 goedkeuring gevraagd aan burgemeester en wethouders voor een onderneming aan de Twekkelerweg – en gekregen. Het originele bewijs van inschrijving in de Kamer van Koophandel, uit december 1919, is bij een brand verloren gegaan, maar gelukkig kon de firma bewijzen dat zij al een eeuw oud is door een verwijzing in het register van de KvK uit september 1921, waarin fa. Assink & Schipholt wordt genoemd als een vennootschap sinds 1 januari 1919.

Er kwamen gestaag werkplaatsen bij. Het bedrijf veranderde ook verschillende keren van eigenaar. Toen Assink in de jaren vijftig afscheid nam, ging Schipholt in zijn eentje met de zaak verder, tot 1959, toen E. Smit het bedrijf overnam.

In 1978, onder de leiding van A. Belthuis, verhuisde het bedrijf  naar de huidige locatie, de Beitelstraat in Hengelo. In 2004 werd W. van Weeghel eigenaar, die het op zijn beurt in 2016 verkocht aan Metaalbedrijf Baas uit Almelo.

Leonard en zijn vader Harrie Baas zochten al enige tijd naar een uitbreiding in hun eigen branche. Met behulp van de Koninklijke Metaalunie, die lidbedrijven op de hoogte houdt van wat er te koop staat, is de overname tot stand gekomen.

Assink & Schipholt is een mooie aanvulling op Metaalbedrijf Baas, omdat het is gespecialiseerd in RVS (roestvrij staal). Ze bouwen schakel- en elektrakasten, machine-afschermingen, middelzware constructies, halffabricaten en straatmeubilair voor onder meer de verpakkings- en voedingsindustrie, Rijkswaterstaat, interieurbouw en meet- en regeltechniek. Leonard Baas prijst (in MetaalNieuws) de esthetische aspecten van zijn nieuwe aankoop, in vergelijking met zijn eigen metaalbedrijf: “Assink & Schipholt gaat wat dieper dan wij. Kwalitatief, qua afwerking en nauwkeurigheid, gaan ze nog net iets verder.”

De vakkundigheid en ervaring van de dertig medewerkers leveren flexibel snelle maatoplossingen met behulp van een geavanceerd machinepark. Daarnaast heeft A&S de expertise om te helpen bij het ontwerpen van specifieke producten en de uitwerking van de ideeën van de opdrachtgever. Betrouwbaarheid staat centraal. “Onze medewerkers weten immers als geen ander dat het ijzer gesmeed moet worden als het heet is.”

assinkschipholt.nl

Dolfing Druten BV, Druten

Op 18 mei 2019 hield Dolfing Druten een open dag om hun eeuwfeest te vieren. Bij deze gelegenheid reikte burgemeester Corry van Rhee-Oud Ammerveld  van de gemeente Druten (Gelderland) het predicaat behorende bij ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit aan vader en zoon Dolfing, derde en vierde generatie van een familie kleermakers.

De rijke historie van familiebedrijf Dolfing Druten begon in Emmen, waar Jan Dolfing op 17 mei 1919 zijn kleermakerij opzette. Op die dag trouwde hij met Lubbigje Vrijhof. Zijn eerste grote klant was de firma Warrink. Begonnen in de Kapelstraat in Emmen groeide de zaak in 1934 door, na een verhuizing naar Kamerik, een dorp van (op dit moment) 3850 inwoners in de provincie Utrecht. Hier vestigde Jan Dolfing zich als kleermaker, omdat de economische vooruitzichten in ‘het Westen’ beter leken dan in Drenthe. Hij bouwde een goede naam op, maar overleed al na twee jaar, op zijn 46e. Zijn vrouw zette, als weduwe met acht kinderen, de kleermakerij voort tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog kwam de economie langzaam weer op gang, maar de mensen hadden geen geld voor maatpakken. Dankzij de industrialisatie werd confectiekleding gebruiksgoed. De familie Dolfing gebruikte haar opgedane kennis en het plezier in het kwaliteitswerk voornamelijk voor repareren en verstellen van kleding. Toen zoon Geert Dolfing de zaak in 1945 overnam zon hij daarom op grotere opdrachtgevers. Het Ministerie van Defensie was een goede: na de bevrijding liepen Nederlandse soldaten nog in Engelse uniformen rond.

Werkkleding voor het leger was niet modegevoelig en moest aan hoge functionele eisen voldoen. Zo werd hij specialist in het met lijm en tape waterdicht maken van bijvoorbeeld overjassen. Nieuwe technieken en innovaties (kunststoffen!) volgden elkaar snel op. Er werd doek geïntroduceerd dat flexibel en toch waterdicht blijft dankzij de coating Polyvinylchloride (PVC). In 1958 kocht het bedrijf zijn eerste hoogfrequent-lasmachine aan, waarmee stof waterdicht aan elkaar kan worden gesmolten.

Hiermee begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Kamerikse kleermakerij: een moderne regenkledingfabriek, beroemd om zijn ‘woest-weer-kleding’  èn de start van de know how-opbouw waar het huidige Dolfing bekend om staat.

Omdat er tekort was aan personeel, breidde het bedrijf uit naar de plaats Druten, bij Nijmegen. In 1969 opende daar een tweede vestiging en groeide de onderneming naar 55 werknemers en een productie van 400 kledingstukken per dag. De import uit het Verre Oosten deed in de jaren zeventig de vraag naar ‘Made in Holland’-regenkleding echter afnemen. Hierdoor gedwongen sloot de vestiging in Kamerik en ging men zich in Druten specialiseren in het hoogfrequent lassen van flexibele plastics, bijvoorbeeld voor de vouwdeuren van Bruynzeel.

In 1977 bracht zoon Peter Dolfing zijn kennis van elektrotechniek mee in de zaak. Het bedrijf overleefde een brand in 1980, om zich des te meer te richten op innovatie en duurzaamheid. Dolfing Druten wil bekend staan om zijn kwaliteit, inclusief de ‘after sales’-service. In de jaren negentig kwam er een nieuwe productiehal voor de fabricage van waterbedden, met computergestuurde snij- en lasapparatuur.

Onder de leiding van Peters zoon Geert Dolfing jr. worden er vanaf 2013 nieuwe lijnen uitgezet naar autodaken, scheepvaarthoezen en matrassen voor ziekenhuizen, van zoveel mogelijk gerecyclede kunststoffen.

Aan Dolfing Druten is mooi te zien hoe een ambachtelijk vak, dankzij ondernemingszin en ingecalculeerde risico’s, in vier generaties tijd kan uitgroeien tot een hypermodern, energieneutraal  bedrijf in (vrijwel) dezelfde sector.

www.dolfing.nl

Zalencentrum Wieleman, Westervoort

Zalencentrum Wieleman bestond in 2019 honderd jaar. Voor een familiebedrijf met veertig werknemers dat vrijwel vanaf het begin locatie biedt aan grote partijen, mag dat uniek genoemd worden.

Om dit te historische moment te staven, werd op 10 mei 2019 het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ verleend aan Zalencentrum Wieleman. Loco-burgemeester Hans Sluiter (wethouder Ruimtelijke Ordening, D66) reikte namens burgemeester Arend van Hout van Westervoort (Gelderland) de oorkonde en het bijbehorende schild uit.

Er was een receptie, waarbij een jubileumboek Wieleman, 100 Jaar een begrip in Westervoort (1919-2019) van Willem Vlijm werd gepresenteerd. De familie Wieleman hoefde geen cadeaus; vijfentwintig jaar geleden kregen ze meer dan honderd bossen bloemen, die na een week verwelkt waren. Daarom mochten de gasten een donatie geven aan de speciaal opgerichte Stichting Stimulatie Cultureel Westervoort. Voor Westervoort is Wieleman de tweede Hofleverancier; eerder ontving Slagerij Hetterschijt-Boekhorst deze eer, waarvoor in 1996 Zalencentrum Wieleman was afgehuurd.

Op mei 1919 trouwde Drikkus Wieleman met zijn verloofde Sientje Hermsen. Hierbij namen zij het ‘Poolsch café’ van de familie Idink over; hun eigen bruiloft was het eerste feest dat er gegeven werd. Sientje dreef het café, waar de lokale voetbalclub na de wedstrijden bleef hangen. ‘Wieleman’ is dan ook nog een broodbakkerij, omdat Drikkus was begonnen als bakkersknecht en nu bakker werd. Ze kregen zes zoons, waarvan er een het Poolsch café bestierde.

Pas in 1954 werd de eerste zaal gebouwd, toen het bedrijf werd overgenomen door een andere zoon, Herman. Deze was datzelfde jaar in het huwelijk getreden met Riet Hooijman en nu klaar voor het grote werk. Voor feesten en bruiloften ging men naar ‘Wieleman’, zeker toen in 1957 de zaal werd verlengd. In 1967 kwam er naast de grote zaal een kleinere, die bekend werd als ‘De Soos’. Tot 1993 konden hier diners en kleinere feesten worden gehouden.

Herman en Riet mochten in 1988 met pensioen, doordat zoon Martin met zijn vrouw Diny Lamers het roer overnamen. Martin Wieleman was al in 1981 vanuit zijn baan als servicemanager bij Hotel Atlantico in Kijkduin in de zaak van zijn vader gekomen, maar zijn ouders – met name zijn vader –konden het familiebedrijf niet meteen helemaal loslaten.

Onder Martin en Diny breidde het complex zich in 1991 uit: er kwam een nieuwe toiletgroep bij de entree van zaal 1, hierboven een kleine vergaderzaal en eronder een bierkelder. Drie jaar later volgde de grootste uitbreiding: nieuwe keuken, kantoor, magazijn en de zalen 2, 3, en de tuinzaal. Door deze metamorfose zijn nu meerdere feesten tegelijk mogelijk, ook omdat er keuze is uit verschillende afmetingen en indelingen.

In het begin van de eenentwintigste eeuw verdween het toneel en de opslagruimte, maar de grote zaal werd nog groter. Er kwamen bars bij, en een lift. Zo’n vergroting vroeg om een nieuwe entree. Martijn Wieleman, die sinds 2010 het bedrijf runt, combineerde in 2014 de ruimere ingang met een serre en terras. Hierdoor is het multifunctionele zalencomplex ook bij mooi weer buiten te benutten. De vierde generatie vervolgt op deze wijze de familietraditie door nog altijd op een gemoedelijke en gastvrije manier vele soorten festiviteiten te faciliteren. In negen zalen kunnen carnaval, koningsdag en het Jaarfeest Westervoort in Beweging worden gevierd. Er is inmiddels ook een slijterij gevestigd; het ‘Poolsch café’ is altijd nabij gebleven.

www.wieleman.nl

Van Aubel-Coenen Slapen BV, Geleen

Op 17 mei 2019 heeft het Zijne Majesteit behaagd het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ toe te kennen aan het familiebedrijf Aubel Coenen Slapen. De Gouverneur van de provincie Limburg, Theo Bovens, reikte de oorkonde uit aan de directie, Bas en Meike van Aubel. Honderd jaar na de oprichting wordt de speciaalzaak gerund door de vierde generatie.

In de gemeente Sittard-Geleen is dit de derde onderneming die het grote schild aan de gevel mag hangen.

In 1919 kwam Sjeng van Aubel uit Borgharen naar Lutterde-Geleen, om daar een winkel in de toenmalige Dorpsstraat over te nemen. Hij was pas enkele dagen tevoren getrouwd met Truus Coenen uit Neeritter. Samen begonnen ze de firma J. van Aubel Koloniale Waren. Hier kwam al snel een textielzaak bij, en later specialiseerden zij zich in meubels en wooninrichting. Hoewel de zaak in de loop van de decennia verschillende keren van naam en (steeds ruimere) percelen veranderde, bleef het een familiebedrijf. Uiteindelijk werd het, onder leiding van Hans en Marijke van Aubel, vanaf 1994 bekend als slaapkamerspeciaalzaak AenC Slapen. Het kreeg een pand op de locatie Gardenz, waar eerst de hoeve Rosengarten was.

Dit is allemaal na te lezen in een boek dat in mei 2019 over de familie verscheen, Van Aubel en Coenen, Honderd jaar doen waar je goed in bent; het is deel 16 in de serie Geleen door de eeuwen heen van de Stichting Cultuurhistorische Uitgaven Geleen (SCHUG).  Auteur Ad Hoogenboom verbindt de groei van het bedrijf met de sluiting van de staatsmijn Maurits en de geschiedenis van de boerderij die op het perceel Gardenz stond.

In 2013 kwam de vierde generatie aan het roer. Toen veranderde de naam in Van Aubel-Coenen Slapen B.V.

Onderzoek wijst uit dat slaapgebrek niet alleen depressies tot gevolg kan hebben, maar ook kan leiden tot overgewicht en diabetes. Een chronisch gebrek aan slaap heeft zelfs negatief effect op de werking van serotonine, waardoor stemmingen, emoties en seksuele activiteit kunnen worden beïnvloed. Als serotonine daarentegen goed zijn werk doet, zorgt het voor gevoelens van tevredenheid en geluk. Zo belangrijk is een goede nachtrust.

De website van Van Aubel-Coenen legt precies uit wat de oorzaak kan zijn van uw stemmingen en hoeveel middelen er zijn om uw slaap te verbeteren. Een bed of een matras is een ‘slaapsysteem’, dat bij lichaam en geest moet passen. Er zijn ‘lichamelijke’ draaiers, die van de ene zij op de andere rollen omdat het anders fysiek pijn gaat doen. Daarnaast heb je ‘geestelijke’ draaiers, die woelen omdat er teveel door hun hoofd spookt. En vaak is het een combinatie van de twee.

Omdat we gemiddeld een derde van ons leven in bed doorbrengen, is vakkundig, op maat gesneden advies van levensbelang. Met bedden, kasten, boxsprings, matrassen en comfortbedden van alle grote merken kan dat bij ‘AenC’ niet mis gaan.

www.aubelcoenen.nl

Bakkerij Reedijk, Geervliet

Op enkele dagen na precies honderd jaar na de oprichting, kreeg op 5 maart 2019 Bakkerij Reedijk in Geervliet het recht om de titel ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ te voeren. Loco-Commissaris des Konings van de provincie Zuid-Holland, Floor Vermeulen (gedeputeerde Verkeer & Vervoer, VVD) verving CdK Jaap Smit bij het uitreiken van de oorkonde aan eigenaar Sandra Reedijk. De net benoemde burgemeester Foort van Oosten onthulde samen met de loco-CdK het bijbehorende schild, dat vanaf het Dorpsplein te zien zal zijn.

Geervliet is een gemeente met een gestaag dalend inwonertal, van momenteel 1655 zielen, in de gemeente Nissewaard op het voormalige eiland Voorne-Putten. Hier werd op 3 maart 1919 een herenhuis overgenomen door Gerrit Reedijk. Met zijn broer Willem verbouwde hij het pand van 5500 gulden tot bakkerij. Er waren toen 42 bakkers op het eiland; nu zijn het er nog vijf. Destijds werden de ovens op hout gestookt.

In 1932 betrok de bakkerij een groter pand, dat nieuwe mogelijkheden bood en waar de familie ook kon wonen. In 1957 werd Gerrit Reedijk opgevolgd door zijn zoon Jaap, die de zaak uitbouwde tot een gruttterij waar ook vleeswaren, kaas en melk te koop werden aangeboden. Jaap Reedijk verkocht de bakkerij in1989, maar het bleef een familiebedrijf omdat zijn neef Wim de nieuwe eigenaar werd.

Na het voortijdig overlijden van Wim Reedijk, die een echte zakenman was, nam zijn toen 22-jarige dochter Sandra, als vierde generatie, de zaak in 2011 over. Het familiebedrijf heeft nu twee filialen in Heenvliet en Zuidland en 21 man personeel. In Geervliet, Heenvliet, Zuidland en de wijde omgeving wordt hun ambachtelijk brood geleverd.

Sandra Reedijk noemt zichzelf een jonge eigenwijze bakster: “Een stoomtrein vol ideeën en plannen” die gelukkig kan terugvallen op ervaren medewerkers. Bij de uitreiking herdacht ze haar vader Wim, die net zo sterk en eigenwijs was als zijzelf. Ze heeft het concept lunchroom uitgebouwd tot een koffiehoek. Zo wordt Reedijk een bakkerij om ter plekke het verse brood te kunnen opeten. Deze winter zijn er workshops voor speculaas en kerststollen. Ook komen er bakworkshops in de zomer, zodat de klanten kunnen leren hoe ze zelf bijvoorbeeld een Italiaanse ciabatta kunnen maken.

De bakkerij viert het jubileum door producten van honderd jaar geleden weer uit te brengen. Natuurlijk bieden zij daarnaast het standaardassortiment van maar liefst 46 soorten brood, waaronder saffraanbrood en boerderijbrood. Ze hebben alles voor een high tea, en een speciale eigen creatie is een bijzonder koekje voor het eiland Voorne-Putten: de billenkoekjes.

bakkerijreedijk.nl

Keurslagerij Simon Muilwijk, Ameide

Vanaf 6 maart 2019 mag Keurslagerij Simon Muilwijk het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ voeren. Op die dag reikte Jan Pieter Lokker, waarnemend burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden (Utrecht) de bijbehorende oorkonde uit aan Peter Tap, keurslager. De slagerij in Ameide, die een grote reputatie heeft bij de Landelijke Vereniging van Keurslagers,  bestaat honderd jaar.

Hierbij was RTV Utrecht aanwezig voor zowel een televisie-uitzending als het radionieuws. De lokale bladen AD-Rivierenland en Het Kontakt kwamen rapporteren, meldt de Facebook-pagina van de Keurslagerij trots.

Adrianus Muilwijk begon in 1918 een slagerij aan de Dam in Ameide, een stadje van (tegenwoordig) 3500 inwoners in de provincie Utrecht. In 1946 nam zijn zoon Aart de winkel van hem over, waarbij hij zich onmiddellijk aanmeldde als lid bij de Vereniging van Keurslagers die net dat jaar in Utrecht was opgericht. In 1978 werd Aarts zoon Simon eigenaar. Simon Muilwijk vestigde een naam met zijn eigengemaakte producten. Hij won vele prijzen voor zijn grillworst, rookworst en achterham.

Deze op ambachtelijke wijze geprepareerde soorten vlees vormen nog steeds de kern van het assortiment, sinds keurslager Peter Tap op 1 januari 2014 het stokje van Simon Muilwijk overnam. Tap was al 25 jaar chef- en winkelslager in verschillende keurslagerijen geweest, toen hij Muilwijk leerde kennen, een begrip voor de regio. Het sprak daarom vanzelf dat Tap de naam van de slagerij ongewijzigd liet. In diens nieuwe winkel zet hij nu, met zijn enthousiaste medewerkers, Muilwijks visie voort. De rookworsten komen nog steeds uit de eigen worstmakerij.

Tegelijkertijd gaat Peter Tap vernieuwend aan de gang. Op de website van de winkel geeft de keurslager uitleg over de verschillen in smaak en voedingsstoffen tussen rund-, varkens- en lamsvlees, en prijst hij kip en kalkoen als veelzijdig stukje vlees aan. Bij de inkoop zijn afkomst, gezondheid en welzijn van de dieren belangrijk. Ook vertelt Tap hoe je het beste van diverse zelfgemaakte vleeswaren kunt genieten. De site geeft een kijkje in de keuken, om de passie voor het slagersvak over te dragen. 

De prijzenlijst van Keurslagerij Simon Muilwijk is ook onder aanvoering van Peter Tap schier eindeloos, van de Roermondse Confrérie Kampioen Achterham in 2013 en 2014 tot winnaar van bijvoorbeeld de Bronzen Rookworst, het algemeen kampioenschap Noordelijke Slagers Manifestatie, de Slavakto Utrecht Grillworst, een Goud en een Goud met Ster, en in november 2019 tweevoudig Kampioen in de rubrieken Snacks en Ovenschotels, van de Vereniging Ambachtelijke Slagers. In het jaar van de toekenning van het Hofleverancierschap werd het rundergehakt onverwacht gekeurd, en verdiende de hoogst haalbare oorkonde van de Vereniging van Keurslagers, met het cijfer 10.

De volgende generatie staat alweer klaar: in 2016 won zoon Dirk Tap bij de Gouden Slagersring de Young Talent Award voor zijn ‘Pulled farm’.

Weda & Zn V.O.F., Castricum

Op 14 april 2017 vierde het Castricumer bedrijf in ‘verftechnisch advies en calculatie schilderwerken’, Weda Schilders, het honderdjarig bestaan. Dit jubileum werd op 4 februari 2019 bekroond met de toekenning van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.

Hiervoor kwamen de eigenaars Bart Weda, achterkleinzoon van de oprichter, en Margot Weda-Rammeloo speciaal naar het gemeentehuis van Castricum (Noord-Holland). Burgemeester Toon Mans reikte op deze gepaste locatie de oorkonde uit. Hij roemde Weda als “stabiele, trotse en maatschappelijk betrokken onderneming en een visitekaartje voor onze samenleving”.

Op 1 januari 1917 begon Johannes Weda met zijn vrouw Johanna een schildersbedrijf in de Bakkumerstraat in Castricum. Het was een hele onderneming, want hij verliet het Friese Steggerda om opnieuw te beginnen in Bakkum. Daar was namelijk de bouw begonnen van Ziekenhuis Duin en Bosch. Vanaf het begin richtten Weda en zijn zoons zich ook op de omstreken. Van een eenmanszaak werd het allengs een Vennootschap onder Firma.

In 1958 opende Ab Weda in Castricum een verfwinkel, De Verfton. De familie ging zelf achter de zaak wonen. Deze winkel werd in 1984 overgenomen door Abs dochter Lida. Met haar man Jan zette zij het schildersbedrijf voort. Vier jaar later verhuisde het van De Verfton naar de huidige locatie aan de Castricummer Werf, waar Lida’s zoon Bart de firma overnam.

Weda & Zoon bedient de hele regio IJmond, en doet ook buitenschilderwerk in Alkmaar, Amsterdam en Haarlem. Hun vakschilders voeren zelfs klassieke belettering op voordeuren uit, in een perfect schuine handgeschreven letter.

Tegenwoordig doet Weda & Zoon veel meer dan alleen schilderen. Hun producten en diensten bestaan uit schilderwerk, spuitwerk, stucwerk, isolatie, beglazing, renovatie, schadeherstel, zonnepanelen, kleuradvies, preventief onderhoud en inspectie naar verborgen gebreken.

Hierbij garandeert Weda, op hun website:

Afspraak is afspraak (als het de volgende week af moet zijn, is het af), gekwalificeerde schilders (geen harde muziek of rommel), veilig werken (geen risico’s), hoogwaardige materialen (merken als Aquamaryn, Sikkens en Sigma), milieubewust en duurzaam (niet ongezond voor de schilders en niet slecht voor het milieu), advies en ontwerp (veel technische kennis en een groot gevoel voor kleur). Volgens een plangarant onderhoud controleert Bart Weda, net als vroeger zijn vader Jan, om de zoveel jaar de staat van het schilderwerk, om ervoor te zorgen dat elke woning en elk bedrijfspand er stralend blijft uitzien.

“De basis voor langdurige bescherming van uw schilderwerk en behoud van de waarde van uw woning”, aldus de website: 100 jaar vakmanschap, met duurzame verf- en laksoorten die zijn gebaseerd op natuurlijke, plantaardige stoffen, zoals op water- en lijnoliebasis. De oplosvrije, en zoveel mogelijk herwinbare grondstoffen zorgen voor een balans tussen milieu, gezondheid en kwaliteit.

Het door de burgemeester gememoreerde maatschappelijk verantwoord ondernemen komt naar voren in het sponsoren van projecten in de vorm van aangeboden schilderwerk. Ook sponsort Weda rechtstreeks diverse verenigingen. Daarom noemt burgervader Mans het bedrijf “een lichtend voorbeeld van het sterke en enthousiaste ondernemerslandschap dat onze gemeente rijk is”.

www.wedaschilders.nl

Timmermans & Mulder, Winterswijk

Aan de Misterstraat, in hartje Winterswijk levert Dennis te Kortschot ‘bloemwerk met een persoonlijke touch’, variërend van bloemen voor bedrijven en bruidsboeketten, tot rouwwerk voor ingetogener gelegenheden. Natuurlijk is Timmermans & Mulder aangesloten bij Fleurop.

Op 31 maart 2019 kreeg Te Kortschot de oorkonde uitgereikt bij het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. Burgemeester Joris Bengevoord van Winterswijk (Gelderland), bij aanstelling de jongste burgemeester van Nederland (in 2017 32 jaar oud), werd door oud-eigenaar Jan Mulder bedankt dat de gemeente voor dit eerbetoon het initiatief had genomen. De burgemeester is in Winterswijk geboren.

“Het heeft wel enige tijd geduurd”, constateerde Jan Mulder droogjes (Achterhoek Nieuws, 01.04.2019). Hij gaf tot 1992 leiding aan het bedrijf, maar het was de gemeente die op het idee kwam om het predicaat aan te vragen, toen in de krant een stuk was verschenen over het 125-jarig bestaan. Gelukkig is er altijd nog de gemeente die oplet, reageerde de burgemeester, wanneer de bedrijven zelf of de inwoners van het dorp er niet aan gedacht hebben. Zo werd de grondige screening van het onbesproken bedrijf in gang gezet.

Oud-eigenaar Dick Wensink was eveneens aanwezig en men had zelfs een achterkleinzoon van naamgever Timmermans opgespoord.

Al meer dan 125 jaar is bloemisterij Timmermans & Mulder een begrip in de middenstand van Winterswijk en de omliggende regio. Hendrik Timmermans en Luppo Mulder begonnen op 1 oktober 1892 een kwekerij van zaden voor de land- en tuinbouw aan de Vredenseweg. Het was een zogenaamd gemengd tuinbouwbedrijf, want ze kweekten ook bomen en struiken. Naast de bloemisterij kwam ook een handel in kunstmest, want het een floreert beter mèt het ander.

Nazaat Jan Mulder heeft in 1996 een boek geschreven over de zaak tussen 1892 en 1992: Honderd jaar werk aan de winkel. (Uitgever Timmermans en Mulder, Winterswijk). Voor hem is de bekroning met het predicaat als een verheffing tot driesterrenrestaurant: dit schept verwachtingen, waardoor er nog meer kwaliteit moet worden geleverd. Volgens Achterhoek Nieuws heeft hij er echter alle vertrouwen in dat de huidige eigenaar dit kan waarmaken. Als zijn dochters hem op deze feestdag niet hadden afgestopt, had hij nog eindeloos verhaald over de geschiedenis van de bloemisterij en iedereen die er in heden en verleden bij betrokken was.

In 2008 nam Dennis te Kortschot de zaak over. Hij was al in 2003 medefirmant geworden, nadat hij er als stagiair was begonnen.

Op de site van de Gelderlander (19.03.2019) wordt Te Kortschot onder het heugelijke nieuwsbericht met twee fraaie foto’s van de oprichters uit het jubileumboek van Mulder, geluk gewenst:

“Gefeliciteerd jammer genoeg zijn er ook hofleveranciers die op een schofterige manier met hun personeel om gaan hofleverancier zegt niets over personeelsbeleid. laat dat hier niet gebeuren Dennis wees goed voor je personeel dan is het personeel goed voor jou.”

Dat zal zeker lukken, met de vele specialisaties die de winkel levert. Ze maken zelf het bloemwerk van hoge kwaliteit; als extra service zijn er voor bruids- en rouwwerk speciale bedrijfsabonnementen af te sluiten.

Timmermans & Mulder richt zich op natuur en nostalgie. De zaak heeft een groot assortiment aan bloemen en planten, voor elk wat wils: er kunnen (ook online) boeketten worden besteld in categorieën als daar zijn Bedankt (“Voor de beste’), Gefeliciteerd (“Royaal Cadeau”), Geboorte (“Blij”), Beterschap, Geslaagd, Valentijnsdag of Winter. De winkel doet tegenwoordig ook in woondecoratie – waar vind je die Italiaanse vaas die je nergens anders tegenkomt? – en is een van de weinige plaatsen waar bonbons nog met de hand worden gemaakt. Tevens biedt het bedrijf kerstworkshops en is er een kunsthandel.

De zaak wordt op Facebook van harte aanbevolen: “Het is altijd moeilijk om niets te kopen.”

www.timmermansenmulder.nl

Bakker Hilvers, Arnhem

De oudste bakkerij van Arnhem ontving in januari 2019 het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’. Op 25 april 2019 onthulde burgemeester Ahmed Marcouch in bijzijn van algemeen directeur Aike Hilvers het grote schild, dat is komen te hangen aan de gevel van de bakkerij aan de Blankenweg. Daarop sloten alle filialen vanaf 3 uur ’s middags de deuren, om de volgende dag deze eer te vieren met een koninklijke traktatie.

Het Gelderse familiebedrijf bestond al in januari 2017 250 jaar. In 1767 begon bakker Stakebrand in Arnhem zijn eigen bakkerij, die tot 1929 in deze familie bleef. Toen nam bakker Abbenbroek de zaak over, tot 1950. Vanaf dat jaar kwam het bedrijf in handen van de familie Hilvers; Aike Hilvers begon met het uitbreiden van het aantal vestigingen in Arnhem.

Arnhem kent maar liefst tien filialen van Bakker Hilvers, waarvan het kantoor is gevestigd in de Blankenweg. In Velp, Huissen, Rheden en Duiven staan ook winkels. Het bedrijf is inmiddels aan de derde generatie toe; in de directie zitten Aike, André en Wilma Hilvers. Ze hebben meer dan honderd werknemers.

In 2018 werd Bakker Hilvers uitgeroepen tot Gelders Familiebedrijf van het Jaar, vanwege hun maatschappelijke betrokkenheid. Zo leveren ze brood aan de Arnhemse Voedselbank. Bakker Hilvers sponsort het Nationale Schoolontbijt, promoveert het gebruik van bijenhoning als alternatief voor geraffineerde suikers en biedt brood aan dat ‘Too good to go’ is, voor een lagere prijs omdat het anders zou worden weggegooid.

Staatssecretaris Mona Keijzer benadrukte bij deze gelegenheid dat familiebedrijven duurzaam zijn, voor hun eigen generaties èn voor hun werknemers.

Onder het motto ‘Lekker vriendelijk’ levert Hilvers niet alleen een uitgebreid brood- en bankertassortiment (van desembrood tot de beroemde Arnhemse meisjes), maar garandeert het de klant ook consequente kwaliteit en hygiëne, via het HACCP-certificaat voor levensmiddelen (Hazard Analysis and Critical Control Points) en regelmatige controles van de Voedsel- en Waren Autoriteit en het Nederlands Bakkerij Centrum in Wageningen.

Sinds 2016 biedt het label ‘Lekker Anders’ producten die worden gemaakt in de ‘leerbakkerij’ in de Broerenstraat: Bakker Hilvers Van Eigen Deeg. Hier werken leerlingen die, bijvoorbeeld door een beperking, niet zomaar elders aan de slag kunnen omdat zij extra begeleiding nodig hebben. Onder leiding van vijf leermeesters maken zij lekkernijen als de krakelingen.

www.bakkerhilvers.nl

Bakkerij Slatman, Ane (Hardenberg)

Bakkerij Slatman hield op woensdag 20 februari 2019 open huis, toen het echtpaar Johan en Riny Slatman ineens werden omringd door familie en vrienden. Burgemeester Peter Snijders van Ane (gemeente Hardenberg, Overijssel) reikte de overvallen bakkers het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ uit, en droeg het bijbehorende grote schild over.

Bakker Slatman, beroemd om de Saksische kruidkoek volgens familierecept, was des te meer verrast omdat het nog niet zeker is of er een vijfde generatie het bedrijf zal overnemen. Zijn kinderen hebben andere interesses. Maar vooralsnog is Johan Slatman jong genoeg (55) om de bakkerij nog lang zelf voort te zetten. Hij is opgegroeid in de bakkerij, die al 125 jaar in de familie is.

De oorsprong ligt in 1893, toen Herman Slatman met zijn vrouw Gezina van der Heide een bakkerij opende in het dorp Ane. In 1921 nam zoon Johannes Slatman de bakkerij over en zette de familietraditie (en de speciale recepturen) voort.

De derde generatie, met kleinzoon Herman, zorgde voor een regionale uitstraling. Terwijl in de jaren vijftig overal bakkersfabrieken opkwamen, bleef Slatman zelfstandig, door ambachtelijk te werken. Zo kon de bakkerij doorontwikkelen, met natuurlijke ingrediënten zoals door henzelf verbouwde rogge van een akker die al generaties in familiebezit is. De akker is ingericht om de balans in de natuur te behouden, met aandacht voor bloemen, insecten en vogels. Johan Slatman is lid van de weidevogelbeheergroep Avereest en de wildbeheereenheid, voor een betere biodiversiteit.

De bakker is beroemd om de eigen krentenwegges, de Vechtdalbol, Sallandse plaat en het koekje Vecht-anjertje. En natuurlijk om de Slatmanskoek, die in een straal van 30 kilometer, in het hele Overijsselse Vechtdal, Drenthe en zelfs in Duitsland wordt afgeleverd. Het geheime recept, dat teruggaat tot de de eerste Herman, bevat een speciaal samengestelde kruidenmix. De kruidkoek wordt gebakken volgens de ‘koude methode’, waardoor hij niet op ontbijtkoek lijkt, maar meer op cake.

Johans zoon Herman houdt van de familiekruidkoek, maar weet nog niet of hij daarvoor in het bedrijf wil stappen, verklaart hij in De Stentor (10.02.2019). “Ik ben in Enschede gaan studeren en zit nu in de IT. Weliswaar met een eigen bedrijf, dus het ondernemerschap van mijn vader heb ik wel [… Maar] als ik het zou willen heb ik ook nog een broer en een zus die daar iets van moeten vinden.” De derde Herman heeft in ieder geval volgens familietraditie zijn naam mee.

www.bakkerijslatman.nl

Gebroeders Ouwendijk b.v., Rotterdam

Als achtste Rotterdamse onderneming mag aannemersbedrijf Gebroeders Ouwendijk b.v. de titel ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ voeren. Op 23 maart 2019 reikte Commissaris des Konings van Zuid-Holland, Jaap Smit, de oorkonde uit aan de directeur, Kees Ouwendijk. De toekenning werd gevierd met een receptie in Museum Oud Overschie.

Wethouder Bert Wijbenga van Rotterdam (portefeuille Buitenruimte, VVD), prees in zijn hoedanigheid als locoburgemeester de bedrijfspraktijk van Gebroeders Ouwendijk, waarbij hij precies de criteria voor onderscheiding met dit predicaat verwoordde:

“Ondernemen is niet altijd makkelijk. Maar het is de familie gelukt om het bedrijf door turbulente tijden heen te loodsen. En wel door goed en sociaal ondernemerschap, doorzettingsvermogen en gemeenschapszin. Door te ondernemen met oog voor bedrijf én samenleving. Door onderdeel te zijn van het leven in Overschie. En daar is de familie Ouwendijk al generaties lang sterk in. Wat honderd jaar geleden begon met de droom van twee broers, is uitgegroeid tot een sterk, levenskrachtig bedrijf. Hun motto ‘vakmanschap en betrouwbaarheid’ hebben alle generaties Ouwendijk in hun hart gegrift staan.”

In 1919 begonnen de gebroeders Willem en Cornelis Ouwendijk hun aannemersbedrijf in de timmerloods Rijs en Daal, aan de Achterdijk in Overschie. In deze regio waren zij in de eerste jaren actief, aanvankelijk nog zonder stromend water, verwarming of elektrische apparatuur. Gereedschappen en transportmiddelen werden eenvoudig met de hand bediend. In 1923 mochten de broers in de Dorpsstraat van Overschie een ereboog bouwen ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina.

Hun neven Wim en Geert Ouwendijk vormden in 1943 de tweede generatie van het bedrijf, en in 1971 trad de derde generatie aan, met de huidige directeur Kees. Onder zijn leiding restaureerde het bedrijf het Veerhuis van Overschie en twee historische panden aan het Broersveld in Schiedam. Gebroeders Ouwendijk heeft als belangrijke vaste klanten Rotterdam The Hague Airport, KPN Telecom en Van Haren Schoenen.

In januari 2019 vierden zij met trots hun honderdjarige bestaan. Dankzij deze onberispelijke staat van dienst mogen zij nu het wapenschild ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ voeren.

www.gebroedersouwendijk.nl

Stichting Hofleveranciers in Nederland

Werengouw 167 | 1024 NR Amsterdam | tel. +31(0)20-3374956 | IBAN: NL32INGB0004689006 | BIC: INGBNL2A | K.v.K. 41153960

Email: info@hofleverancier.nu

Alle rechten voorbehouden, niets van deze site mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hij elektronisch, mechanisch, etc, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Stichting Hofleveranciers in Nederland.